Antonius van Padua, 1195-1231

Leven van Antonius van Padua (1195, Lissabon - 1231, Vercelli bij Padua)
Antonius van Padua Antonius als minderbroeder
De man die wij kennen als Antonius van Padua werd in 1195 te Lissabon in Portugal geboren als Fernando. In 1210 trad hij in bij de Augustijner koorheren. In 1212 ging hij ver weg van zijn vrienden naar het klooster Santa Cruz in Cóimbra. Hij bestudeerde daar 8 jaar lang de bijbel en de Kerkvaders.
Hij zocht de volledige navolging van Christus in een vroom leven. Dat vond hij daar niet.
In de nabijheid bevond zich een klooster van de Minderbroeders. Ze kwamen bij het klooster bedelen om voedsel.
Deze jonge volgelingen van Franciscus van Assisiëë in Italië leefden radicaal, simpel, arm en dichtbij Jezus. Zij kozen voor een leven temidden van de armen en behoeftigen. In het bijzonder wilden zij met spoed het evangelie verkondigen onder de Saracenen, de aanhangers van de islam.
De Augustijnermonnik Fernando ontmoette vijf jonge minderbroeders die op weg waren naar Marokko om daar te getuigen van het Evangelie. De vijf broeders werden daar gedood en hun lichamen werden overgebracht naar Coimbra. Het stond voor Fernando vast dat hij deze broeders, die voor hun geloof gestorven waren, moest navolgen. Hij verliet het klooster van de Augustijnen.
In 1220 werd Fernando minderbroeder en hij was voortaan minderbroeder Antonius.
Meteen vroeg hij zijn oversten als missionaris naar Marokko te mogen gaan, zoals de vijf gestorven minderbroeders hadden gedaan. Eind 1220 vertrok hij naar Marokko. Vlak na zijn aankomst in Marokko werd hij ziek. Heel de winter bleef hij erg ziek. Men overtuigde hem ervan dat hij terug moest gaan. Zijn schip kwam echter door een zware storm terecht in naar Sicilië. Daar werd hij door medebroeders liefdevol ontvangen en verzorgd.
Met Pinksteren, eind mei 1221, werd een bijeenkomst van alle broeders van de Orde gehouden in Assisië. Antonius wilde dit kapittel meemaken om Franciscus te zien.
Antonius bracht een jaar door in eenzaamheid. Daarna werd hij in 1222 tot priester gewijd. Toen had de overste iemand nodig om in de kluizenarij Montepaolo (bij Forli), om mis te lezen voor de broeders die geen priester waren.
Kort daarna werd bij gelegenheid van de priesterwijding van enkele dominicanen en franciscanen iemand gezocht om te preken. Men was vergeten iemand aan te wijzen. Hij hield hij een preek die op iedereen een fabelachtige indruk maakte. Vanaf dat ogenblik werd Antonius geroepen tot het apostolaat van de prediking.
Antonius als docent
Hij doceerde theologie in Bologna en Montpellier in 1224, en later in Toulouse. Uit zijn geschriften blijkt dat hij geen man was van droge speculatie, maar geheel in de geest van Franciscus doceerde als een volledige mens en zeer spiritueel. De combinatie docent en predikant was zo succesvol, dat hij de "Hamer van de ketters" werd genoemd.
Antonius charisma
Maar meer dan docent was hij predikant met een geweldig charisma. Een verhaal over hem gaat zo. In Florence was een geldmagnaat gestorven die zo machtig was dat de stedelijke bestuurders moesten doen wat hij wilde. Toen hij begraven werd, liet Antonius de lijkstoet stilhouden. Hij riep tot de omstanders dat deze man geen christelijke begrafenis verdiende. Als men zijn lichaam opende zou blijken dat hij geen hart had. Zijn hart zat in zijn geldkist. Men opende zijn lichaam en vond inderdaad geen hart. Het zat wel in zijn geldkist. Dit verhaal van Antonius laat zien dat hij het opneemt voor gerechtigheid en daarin radicaal is.
Antonius als predikant
De mensen merkten dat de leer van zijn preken gedragen werd door zijn leven. Zijn leven was zijn voornaamste preek. Zo had Franciscus het in zijn regel van 1221 gezegd: 'Alle broeders zullen preken door hun daden.' Een predikant die met zijn leven achter zijn woorden stond, had het recht alle standen, beroepen en leeftijden duidelijk en zonder omwegen op hun fouten te wijzen, om ze tot boete en bekering te brengen. Antonius maakte diepe indruk door zijn doorleefde preken. Dit blijkt wel uit het grote aantal mensen dat na zijn preken kwam biechten.
Vooral als hij sociale misstanden hekelde, stuitte hij op ernstige tegenstand en de haat van de veroorzakers ervan.
Antonius leraar
De meeste van zijn franciscaanse broeders hadden niet de theologische kennis die Antonius in zijn opleidingsjaren genoten had. Ze waren onvoldoende geschoold om het geloof te verkondigen. Franciscus stond lange tijd gereserveerd tegenover een theologische vorming van zijn broeders. Hij was bang dat zij daardoor de weg van eenvoud en nederigheid zouden verlaten. Van de andere kant besefte hij dat zijn broeders de kerk alleen een belangrijke dienst konden bewijzen, als zij voor hun preken over een gedegen theologische kennis zouden beschikken. Die kennis kon Antonius hun bijbrengen. Franciscus schreef hem in de winter van 1223/1224 de volgende brief: 'Aan broeder Antonius, mijn bisschop, wenst Franciscus heil. Ik keur het goed dat u de heilige theologie onderwijst aan de broeders, op voorwaarde, dat u bij dit onderricht de geest van gebed en toewijding niet uitdooft, zoals in de regel staat'.
Antonius heeft veel broeders onderwezen. Hij betekende veel voor de kerk van zijn dagen.
Antonius wonderdoener
De drie meest bekende wonderen die aan hem worden toegeschreven zijn deze:
Een paard had eens gedurende drie dagen gevast. He weigerde te eten van de haver diev voor hem werd neergezet. Het wilde pas eten toen Antonius kwam met het heilig sacrament: het paard knielde en at. Dit moet plaats gevonden hebben in Toulouse of in Wadding bij Brugge. Anderen houden het bij Rimini.
Enkele Italiaanse ketters hadden Antonius vergiftigd voedsel gegeven. Hij maakte het onschadelijk door er een kruisteken over te maken.
Ieder kent het beroemde verhaal van de preek tot de vissen aan de oever van de rivier de Brenta, vlak bij Padua.
Antonius van Padua
De Portugees Fernando werd pas 'Antonius van Padua' in de vasten van 1231. Van 6 februari tot 23 maart hield hij zijn zorgvuldig voorbereide preken. Hij was de eerste die in de voorbereiding op het paasfeest bijna vijftig dagen achtereen iedere dag preekte.
Van het begin af aan stroomden de mensen toe om hem te horen om te luisteren naar iemand die, in naam van God, klaar en onomwonden zei wat van hen verwacht werd. Het aantal toehoorders groeide met de dag. Antonius wees er steeds opnieuw op dat een verzoening met God alleen echt is als zij gepaard gaat met een verzoening met de naaste.
Padua werd een modelstad in de vastentijd van 1231. Burgers toonden zich bereid vreedzaam met elkaar te leven. Strijdende partijen reikten elkaar de hand. Onrechtvaardig verkregen bezit werd teruggegeven. Wie gevangen zat wegens armoede of onbetaalde schulden, werd vrijgelaten. Dieven en publieke vrouwen begonnen een nieuw, eerbaar leven.
De mensen van Padua beleefden het als een heilige roes dat zij een leven volgens het Evangelie konden leiden, in vrede met God en de mensen, als broeders en zusters.
De dood van Antonius
De krachten van Antonius begonnen, tijdens zijn verblijf in Padua, steeds meer af te nemen. Na Pasen van 1231, eind maart, ging hij naar het achttien kilometer verderop gelegen Camposampiero. Een weldoener van de minderbroeders had voor hen op zijn landgoed een kluizenarij met kapel laten bouwen. Daar vond Antonius wat hij altijd gezocht had: stilte en eenzaamheid om zich geheel aan God te kunnen wijden in gebed en beschouwing. Twee maanden heeft hij daarvan kunnen genieten.
Antonius en Jezus
Volgens de legende verscheen Jezus aan hem in zijn laatste dagen in de gedaante van een kind. Het kind Jezus liet zich door hem omhelzen en streelde hem over het voorhoofd.
Verschijningen van het kind Jezus worden ook van andere heiligen verteld. Men noemt dat een zwerflegende.
In zijn preken heeft Antonius de menswording van Gods Zoon altijd centraal gesteld. Dat paste in de tijd, waarin de mensheid van Jezus werd benadrukt tegenover zijn verhevenheid in voorgaande eeuwen. Bij Franciscus zien we dezelfde trekken. Daardoor wordt dit verhaal een concrete bevestiging van zijn innige band met Jezus en een beeld van zijn feilloos aanvoelen van zijn eigen tijd. De recente voorstellingen van de heilige Antonius met het kind Jezus op zijn arm geven dit weer.
13 juni 1231
Op 13 juni 1231 werd Antonius in de kluizenarij van de broeders te Camposampiero tijdens het middagmaal plotseling onwel. Hij vroeg naar Padua gebracht te worden, naar het huis van de broeders bij de kerk van Maria, de Sancta Maria, om daar te sterven.
Tegen de avond bereikte men Vercelli (nu Arcella), vlak bij Padua. Antonius voelde dat zijn laatste uur gekomen was. Hij ontving daar het Sacrament van de zieken. Plotseling begonnen zijn ogen begonnen te schitteren, hij zei: 'Ik zie mijn Heer', en hij stierf.
Zodra hij dood was, werden de kinderen in Padua onrustig, liepen door de straten en riepen onophoudelijk: 'De heilige is dood, de heilige is dood'. Niemand had het hun meegedeeld.
Binnen een jaar, op 30 mei 1232, werd hij heilig verklaard. Onmiddellijk werd in Padua begonnen met de bouw van een kerk, gewijd aan Antonius. Daar wordt hij al die eeuwen bezocht door tienduizenden pelgrims. Pas in de jaren rond 2000 wordt hij in populariteit overschaduwd door Padre Pio. Zij beiden zijn nu Italië's beroemdste heiligen.
Antoniusverering
Hij wordt bij ons beschouwd als de patroon van verloren zaken. In andere landen was hij de beschermer van verloofden en gehuwden en bij bevallingen en kinderloosheid werd zijn voorspraak ingeroepen.
In weer andere zuidelijke landen was de Antoniuszegen belangrijk tegen koorts, duivelse machten en de veepest. In de mijnstreken werd hij vereerd als beschermer van mijnwerkers.
Antoniusafbeeldingen
De oudste voorstelling van Antonius toont hem met het boek, een teken van zijn leer of van de Heilige Schrift. Rond 1400 komen daar het hart, de vlam en de lelie bij.
In veel kerken zien we tegenwoordig Antonius afgebeeld met het kind Jezus. Dit komt van de legende dat hij een verschijning van het kind Jezus zou hebben gehad. Dit soort afbeelding, van de laatste eeuw, geeft een kenmerk van het geestelijk leven van Antonius weer: zijn sterke gerichtheid op Christus, de Zoon van God. In een van zijn preken zegt Antonius: 'Hij kwam naar jou, opdat jij naar Hem zou komen'. Die zin zouden we kunnen zien als een samenvatting van het hele leven en werken van Antonius.
Zie verder bij Spiritualiteit.