Globalisering

inhoud inhoud inhoud inhoud inhoud inhoud inhoud
  NGO's          Verliezers   Verontrusten      Burgers   Regeringen   Multinationals   Kapucijnen

 

 




Globalisering, wat is dat?

Alles in onze wereld heeft met alles te maken. Vager kan haast niet, maar toch is dit het waar het om draait.
Wanneer we dit zinnetje uitspreken, verzuchten we eigenlijk: "Door onze techniek en al onze informatiestromen moet het toch mogelijk worden de eenheid te bereiken die we als losse landen en continenten niet konden bereiken. Het kan!"
Er gebeurde iets in West Europa na het uiteenvallen van de Sovjet Unie en na de val van de Berlijnse Muur: de Koude Oorlog was voorbij. Maar de scheiding tussen Oost en West is bij ons vervangen door een nieuw vijandbeeld, een andere tegenstelling, ingegeven door de snelle emancipatie van de moslimwereld.
De globalisering is een economisch systeem, een marktmechanisme, waarbij alle landen open zijn voor elkaar. Op economisch gebied het duidelijkst. De grote internationale bedrijven kunnen overal terecht, in China, in Mexico, in Oekraïne, in Bulgarije.
In veel DerdeWereld-(=rest-)landen worden de goederen geproduceerd die in de oude Eerste Wereld (Amerika en Europa) en de oude Tweede Wereld (Sovjet Unie) worden gekocht.
In onze marktkraampjes zie je bonen uit Taiwan en bananen uit Guatemala, koffie uit Honduras en speelgoed uit China. Overal is er wereldwijde handel.
Niet alleen economie, ook in politiek, sport, cultuur, milieu, werk, armoede, terrorisme en aanslagen zien we een wereld die aan elkaar hangt. De schepen vervoeren olie van het ene punt naar het andere; bij olierampen heeft een land ineens te maken met dat verkeer dat zich normaal aan het zicht onttrekt en beseft de bevolking dat de wereldhandel ook doorgaat terwijl ze slaapt. De militairen werken samen in oefeningen, in oorlog en in vredesoperaties. Alles gebeurt wereldwijd en op alle gebieden, van godsdienst en politiek tot wapenhandel, en van migratie tot vervuiling. Alles heeft met alles te maken. Elke toerist weet daarvan mee te praten. Diezelfde toerist vergeet welke vervuiling haar of zijn reizen veroorzaakt.
De gevolgen zijn verstrekkend: er zijn meer kansen voor iedereen, meer welvaart, meet bestrijding van armoede dan ooit tevoren. Maar... er zijn nieuwe grote problemen: er is meer ongelijkheid, het milieuprobleem is ongehoord groot. Het is een proces van creatieve destructie: oude dingen worden vernietigd om nieuwe structuren wereldwijd aan te maken.
Dus globalisering brengt verwarring omdat het over zoveel onderwerpen gaat.
Wie veroorzaakt dat nu allemaal? Wie doet het of wie stuurt het? Er zijn zes grote spelers op het wereldtoneel: 1- de organisaties die niet aan een regering zijn gebonden, 2- de verliezers, 3- de actievoerders, 4- de burgers, 5- de regeringen en 6- de multinationale ondernemingen.

1. De niet gebonden organisaties (N.G.O.)

In het Engels heten ze de Non Governamental Organisations, afgekort NGO's. Dat zijn de internationale en nationale organisaties die niet gebonden zijn aan een regering. We kennen ontwikkelingsorganisaties, Artsen zonder Grenzen, kerken, privé initiatieven, bedrijven die onbetaalbare medicijnen goedkoop namaken, uitgevers, onderwijzers, land- en tuinbouwleraren, opvanghuizen voor wezen en zwerfkinderen. De lijst is oneindig lang. Ze zetten vaak kleine bedrijven op of coöperaties om de plaatselijke boeren of producenten te helpen. Ze voeren soms actie tegen de regeringen of de lokale autoriteiten. Het is bij elkaar een geweldige macht, die wereldwijd de ontwikkelingen in evenwicht houdt.

2. De verliezers

De veranderingen gaan te snel. In elk gezin, kerk, maatschappij of club kun je horen dat het leven niet meer is zoals vroeger. Als we ons leven vergelijken met honderd jaar geleden, is er nu een totaal andere maatschappij. Ouderen zijn opgegroeid met het onbewuste idee dat de Tweede Wereldoorlog het vaste punt is in de Twintigste Eeuw. Maar dat lijkt steeds langer geleden. Per jaar komt er gevoelsmatig zo'n tien jaar bij, zo ver lijkt het verwijderd. Wie in Ruanda, Liberia, Tsjetsjenië of in Argentinië is geboren, zal niets van je begrijpen als je de Tweede Wereldoorlog tot ijkpunt maakt.
De veranderingen zijn niet meer voor iets en na iets te definiëren. Vroeger kon dat. Van voor de oorlog, werd gezegd, dat betekende zowel, van kwaliteit als conservatief. Na Vietnam werd dat al anders. Voor de jeugd van nu, die tegen de globalisering protesteert, is er geen ijkpunt. Iedereen moet rekening houden met van alles, met binnenland en buitenland. Het verleden lijkt afgeschaft. De verandering is constant, niets blijft hetzelfde. Het veranderende is bijna niet meer te meten. Er zijn geen zekerheden meer, er bestaat geen vast punt van vergelijking.
Wanneer er door een crisis in Europa de bananenboeren niet meer kunnen leven, of wanneer een Telefoonmaatschappij door geldgebrek ineens niet meer investeert in Zuid Amerika, dan lopen er ondoorzichtige lijnen, die morgen weer anders lopen. De kleine man en vrouw ziet van alles gebeuren en dun dagelijks leven verandert, zonder dat ze de verre oorzaak kennen. De onmacht van die mensen is gigantisch. Ze zijn verliezers en weten niet waardoor.
Dezen vormen een onberekenbare factor in het spel. Ze kunnen in opstand komen. De kloof tussen arm en rijk wordt groter. We herinneren ons de vuile geschiedenissen van Chili, Argentinië en Nigeria en Vietnam. Ze kunnen rekenen op de sympathie van veel burgers en mensen die zich inspannen voor een betere verdeling van de kansen.

3. De verontrusten en actievoerders

Anti-globalisten protesteren tegen dit soort verschijnselen. Deze zijn goed georganiseerd. Via internet en mobieltjes beschikken ze over een goede informatie en actievormen. Ze spannen processen aan tegen de multinationals. Ze proberen de plaatselijke wetten te doen respecteren door de grote ondernemingen, die daar weinig boodschap aan hebben, omdat ze boven de nationale grenzen werken.
Speciale betekenis hebben de milieubewegingen, zoals Greenpeace, die internationale mogelijkheden hebben en respect genieten. Hun protesten zijn wereldwijd bekend en gevreesd en ze hebben veel effect.

4. De burgers

De burgers van veel landen zijn uitgekeken op de politiek van hun land. In de landen van Europa en Amerika zien we dat. (Denk aan het zeer geringe percentage van Amerikaanse burgers dat opkwam om een president te kiezen.) Ze hangen niet een bepaalde partij of ideologie aan. Het lijkt alsof de consumptie en het bezit van van alles bepaalt wie je bent in de maatschappij, en niet het behoren tot een stam, gezin, familie, partij of religieuze orde enz. Ze kunnen kiezen waar hun geld -dat er is- naartoe gaat. Ook op de economische markten, die mede bepalend zijn voor de welvaart, zien we dat de aandelenbezitters zich meer bemoeien met de bedrijven. Allereerst om meer rendement te hebben, maar steeds meer om verantwoord met de globalisering om te gaan en er hun macht uit te oefenen om de armoede terug te dringen. Ook de grote beleggers, zoals de pensioenfondsen, oefenen hun macht uit. Ze worden steeds meer een speler om rekening mee te houden.
de burgers merken in hun eigen straat dat de globalisering bij henzelf is aangekomen. Iedereen moet omgaan met mensen en goederen uit alle landen van de wereld. De wereld van André Hazes of van extreem rechts bestaat niet meer. (Frans Bauer is al universeler.)

5. De regeringen

De regeringen van veel landen zijn met handen en voeten gebonden aan wat hun buren doen en laten. Maar er is een verandering merkbaar. Waar de regeringen geneigd waren de belangen van de multinationals te verdedigen, zijn ze nu meer bereid om tegenspel te leveren. Er is meer controle en meer steun voor de consumenten, ook al omdat die de regeringen ertoe dwingen. Omdat de politieke partijen nauwelijks meer functioneren, moeten de regeringen meer luisteren naar de burgers, die hun identiteit vaak vinden in het consumeren en het kopen, maar ook in het verantwoord omgaan met alles wat ze aan hun kinderen moeten doorgeven.
Er zullen door de regeringen steeds meer eisen gesteld worden op gebied van arbeidsomstandigheden, mensenrechten en milieueffecten. De multinationals kunnen hun eigen wetten niet meer maken. Ze zullen nog even kunnen uitwijken naar landen waar er corruptie is of een begin van ontwikkeling. Maar op deze gebieden is de globalisering ook een garantie van meer respect voor de schepping, de mens, het werk en de natuur.
Ze doen dat door meerdere milieuverdragen te sluiten, op Europees niveau, of anders voor hun eigen land.
De sterke staten zullen sterker worden, de zwakke zwakker. De bescherming van de eigen boeren of andere productietakken zal vervangen worden grotere openheid, ten kost van gezondheid (aids), eigen tradities, en rampzalige klimaatveranderingen.

6. De multinationals

We kennen de banken en geldmarkten, de verzekeringsmaatschappijen, de ITC-bedrijven, de telefoonmaatschappijen, de luchtvaart, de supermarkten, de olieboeren, de scheepvaart, de voedsel- en drankindustrie, en zoveel meer internationale bedrijven. Ze hebben hun eigen regels en gedragscodes. Ze zijn de motor van de welvaart, en voelen zich soms boven de nationale normen verheven. Ze hebben te maken met veel landen en kunnen bijna niet zonder corruptie. Steeds meer voeren ze overleg met regeringen en aandeelhouders over de koers die ze voeren.
Ze zijn ook verenigd in een wereldverband, en ze hebben een soort keurmerk ontworpen die op bedrijven wordt toegepast. Ze zijn te vinden op de grote internationale conferenties, zoals in Rio en Johannesburg.
De multinationale ondernemingen werken samen met de staten, maar vooral met de burgers, de consumenten en de beleggers. De invloed van deze groepen wordt groter. De beleggers gaan meer eisen stellen op gebied van arbeid, mensenrechten en milieu. De regeringen zullen daarbij buiten spel komen te staan. De multinationals moeten diepe wortels hebben in de bevolking om eventuele rampen te kunnen opvangen.

7. De kapucijnen

De kapucijnen hebben in Rome hun Generaal Bestuur. Bij gelegenheid van het Franciscusfeest op 4 oktober 2003 schreef het brief aan alle kapucijnen in de wereld. Uit deze brief citeren we het volgende:

Toen Franciscus op La Verna de uitzonderlijke liefde van Jezus ervaren had, kwam hij van de berg af met de vurige wens opnieuw te beginnen. Hij wilde weer de melaatsen dienen.
De kapucijnenorde moet zich voortdurend op dit verlangen van Franciscus bezinnen. Ze moet er steeds op uit zijn, zich te identificeren met degenen voor wie de samenleving geen plaats heeft. De kapucijnen kennen de economie van de broederlijkheid. Deze is een alternatief voor de globalisering. De globalisering steunt op concurrentie en concentratie van rijkdom en leidt tot spanningen en strijd. De economie van broederlijkheid is: samenwerking, doorzichtigheid en solidariteit. Aan de hand van deze beginselen kunnen de kapucijnen hun eigen sociale betrokkenheid controleren en hervormen. Wij moeten de armen en zwakken sterker maken en ze niet overheersen. We moeten ze in solidariteit bij elkaar brengen en ze niet uit elkaar spelen.
Solidariteit is niet iets geven aan een ander. Ze is onderlinge afhankelijkheid en broederschap. Solidariteit schept nieuwe wegen: je gaat elkaar verstaan en krijgt een relatie met de armen. Hierdoor kunnen nieuwe structuren ontstaan die de armen zelfstandigheid en kracht verlenen, in plaats van dat zij overheerst of ingeperkt worden.

Als iemand hier commentaar in enige vorm heeft, mail dan naar
secretariaat van de Kapucijnen en onze dank is groot!

De stichting Oikos schreef een brochure (in 2005) met een uitleg van wat globalisering is. Maar daarna volgt er een handleiding voor parochies en gemeenten op het te bespreken, met suggesties voor praktijk, voor liturgie en bezinning. Zeer aanbevolen: het is 50 pagina's groot en het kost 5 euro plus verzendkosten. Telefonisch te bestellen bij: Oikos, telefoon 030-23615000.
Mocht u bot vangen, meld het mij dan a.u.b.
top

Om te lezen:
Jean-François Rischard, Twintig wereldproblemen, twintig jaar om ze op te lossen, Lemniscaat, 2002,
De bijbel van de anti-globalisten: Noreena Hertz, De stille overname, Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2002.
Naomi Klein: De shockdoctrine: de opkomst van het rampenkapitalisme, 2007

Als u commentaar hebt op deze pagina of aanvullingen, stuur dan een e-mailbericht aan secretariaat van de Kapucijnen.
Uw commentaar is zeer welkom!