Bruin brevier

Bruin brevier, nieuwe uitgave

Dit is een voortzetting van het klassieke Bruin Brevier. Dat was een verzameling van gedenkwaardige uitspraken van kapucijnen, verzameld en uitgegeven door kapucijn Cor 't Hoen. In zijn voetsporen gaan we hier een nieuw bruin brevier maken. Ik nodig mensen uit om mij te mailen met mooie of bijzondere uitspraken of gedragingen van kapucijnen die zij kennen of gekend hebben.

Over kapucijn Frans van Lingen:
Frans van Lingen, 1916, in 2009 Frans van Lingen was zeer klein van postuur en hij was de eerste die spot met zijn gestalte. In een gesprek over muziek waar hij, naar zijn zeggen, geen verstand van had, probeerde men hem uit te leggen wat het verschil is tussen A-groot en a-klein. Toen hij hoorde dat de letters te maken hebben met de tonen, zoals die je kunt zien op een piano of in een lied kunt horen, zei hij: "Bij mij staat alles in f-klein.."

Frans van Lingen werkte in de Tichelparochie in Amsterdam. Op zekere dag had hij een oude mevrouw bediend. Na afloop vroeg Frans: "En, vond je het mooi?"
De mevrouw zei: "Ik had liever een kopje thee gehad.."

Frans van Lingen hoorde via een kookprogramma op tv dat een topkok vertelde over de eigenschappen van kiwi. Als je taai vlees bedekt met een laagje kiwi, wordt het na enkele uren mals.
Frans zei peinzend: "Waarom doen we dat dan niet bij onze medebroeders?

Frans van Lingen hoorde aan hoe Huub Stam zijn vermoeidheid verklaarde en waarom hij moeilijk kon staan.
Huub zei: "Het komt omdat mijn ene been korter is dan het andere."
Frans antwoordde: "Bij mij is het nog erger, bij mij zijn allebei mijn benen te kort."


Over andere kapucijnen
Op een kapittel van de Vlaamse kapucijnen stond een van de kapitularissen op: "Pater provinciaal, mag ik iets opmerken? Als gij iets zegt, spreekt de heilige Geest en als ik iets zeg ben ik een sikkeneur!"

Emericus woonde in Oosterhout. Er stond al drie dagen een fiets tegen een boom. Hij zei tegen de gardiaan:
"Gardiaan, weet u dat er al drie dagen een fiets buiten staat?"
"Nou, zet hem dan binnen."
Emericus: "Voordat ik nog eens een keer iets zal zeggen..."

Ananias Weimar was een stoere kapucijn die in grote armoede woonde in de sakristie van de Bernadettekapel in Glanerbrug. Hij merkte smalend op over de medebroeders:
"Ze zeggen vol overtuiging dat wij, kapucijnen, volgelingen zijn van Franciscus. De meesten zijn dan toch wel van ver voor zijn bekering."

Serafinus was een echte supporter van NAC, de voetbalclub van Breda. Bij elke thuiswedstrijd zat hij op de tribune. Hij leefde erg mee. Een van de spelers van NAC was zo kaal als een biljartbal. Deze wilde koppen, maar hij schampte de bal zodat die over het doel ging. Serafinus riep keihard: "Krijten, Piet..."

Gerrit Willems ging 'op termijn', de bedeltocht langs de huizen. Hij was vroeg begonnen in de buurt van Wagenberg. Hij belde aan en toen de deur werd open gedaan, trof hij een mevrouw die nogal schaars gekleed was in alleen een t-shirt. Gerrit stond daar in kapucijnenhabijt. De vrouw probeerde het t-shirt naar beneden te trekken, maar ze schoot daar niet veel mee op. Gerrit zei: "Och, mevrouw, laat toch zitten," en op zijn Brabants: "Wa ge van onderen wint, da miste weer van boven!"

Rigobert Kuipers wilde niet ouder worden dan 80 jaar, dat was voor hem de limiet. Hij zei: "Alles wat ik hier op aarde langer leef, gaat allemaal af van de eeuwigheid."

Vigilius stond bekend om zijn versprekingen, Hier volgen er enkele:
- Jezus zegt: Komt tot Mij want mijn list is last en mijn last is list.
- Jezus werd in het gras gelegd.
- Hij werd gekruisigd tussen twee misdienaars.
- In plaats van: Mijn achterlicht werkt, zei hij eens: Kijk eens of mijn achterwerk licht.
- Adam en Eva deden vijgenbomen om.
- Vanmorgen was er een open mis in de lucht.
- Dit medicijn is voor het verwijderen van de bloedvaten.
- Bij de kruisweg in de kerk: 'Eerste jaargang: Jezus wordt ter dood veroordeeld.'

Een broeder vergat bij het verlaten van de refter de deur achter zich dicht te doen. Jan de Groen stond van tafel op, liep naar de deur en mopperde: "Die hoort ook bij de Tochtgenoten van Sint Frans."

Langs de muur van de kloostertuin in Tilburg stond een jong perzikboompje met nog weinig vruchten eraan. Theodardus, de gardiaan, was ontstemd, omdat er telkens vruchten verdwenen zo gauw ze maar enigszins rijp waren.
Hij hing aan het boompje een papier met de tekst: "Aan deze boom hangen 13 perziken." De volgende dag las hij tot zijn onaangename verrassing een ander papier met: "Aan deze boom hangen 12 perziken."