22 september 2019

Amos 8,4-7 - Psalm 113 - 1 Timotheus 2,1-8 - Lukas 16,1-13- vredeszondag

Beeld van God

Het verhaal over het volk dat uit Egypte is bevrijd en door de woestijn zwerft, met veel ontberingen, en in zijn onzekerheid een stierenbeeld opricht, zegt vee; over het diepe verlangen in de mens om greep te krijgen op God. Het volk heeft de kracht van God ervaren in de bevrijding uit de onderdrukking. En nu willen ze die kracht zichtbaar maken, delen, en ze maken dat zichtbaar in de kracht van een sterk dier.

We ontkomen er niet aan om ons een beeld te maken van God. Soms zien we God als een liefhebbende vader die op ons wacht. Andere malen als een troostende moeder bij wie we ons gesterkt en getroost voelen. Sommigen maken een beeld van God als een strenge rechter met weinig barmhartigheid. Op de een of andere manier maken we ons een beeld van God of van ons doel en zin van het leven. Dat kan dan geluk voor de kinderen zijn, promotie, een Tesla of de beste ergens in zijn. Welk beeld we ook maken van God, bewust of onbewust, we krijgen God erdoor niet in onze greep. We kunnen in de verleiding komen om God te laten samenvallen en te beperken tot ons beeld. God is niet te vangen in een koperen of gouden beeld, niet in een beeld van woorden, niet in een dogma en niet in een verlangen.
Het volk komt in de verleiding te denken en te voelen dat zij de bevrijding aan zichzelf te danken hebben. In het oude oosterse verhaal gaat Abraham in gesprek me God. De liefde van God voor de mensen maakt dat God al het andere vergeet en weer verder gaat. Zo gaat het in dat oude verhaal. Misschien gaat het ook wel zo in ons eigen verhaal.
Wanneer wij bijvoorbeeld mensen van vrede willen zijn, vrede in ons gezin, in de familie, in de gemeente, de politiek, in de parochie, in de kerk, dan is de verleiding groot om ons eigen denkbeeld van vrede na te jaren. Misschien gaat het er ons ook om, om Gods gerechtigheid na te streven. Die heeft altijd te maken met eerbied voor de mensen, liefde voor de mensen die dichtbij ons staan en een respectvolle gedachten over de andere mensen. Wij kunnen de mensen die wij nu voor ogen hebben, degenen van wie we houden en ook degenen die we niet mogen, liefhebben.
We kunnen ervan uit gaan dat de mensen en wijzelf ook, in wezen goed zijn. Is het niet zo dat wij net als die jongste zoon in het evangelieverhaal, denken dat ons iets moeilijks staat te wachten? Of de oudste zoon, die cynisch is geworden?
Er zijn mensen, en misschien bent u dat wel, die bij alles het zwartste scenario al voor zich zien. Dan blijkt meestal dat het anders en veel beter uitpakt. Maar de negatieve gedachten over een ander blijven wachten op de volgende gelegenheid om met kracht terug te komen. Zo denken we nogal eens over God, die we niet zien, maar van wie we soms alleen maar straf verwachten. Als we kunnen geloven dat de mens goed is, dan mogen we zeker aannemen dat God goed is.

Het beeld van God dat oprijst uit de parabels van Jezus, is dat van barmhartig-heid en vreugde over het terugvinden van wat verloren was. Dan maakt het niet uit of het een geldstuk is van een arme vrouw, of een schaap van een bezorgde herder of een zoon die van het recht pas is afgeweken. U kent natuurlijk ook al die verhalen over ouders die maar niet kunnen accepteren dat hun kind verslaafd is geworden. Die maar niet kunnen geloven dat hun kind hen besteelt. Het is dan niet eenvoudig om toch van het kind te blijven houden, maar wel sterke grenzen te stellen. Ons beeld van God kan dan wisselen tussen barmhartig en streng, zonde dat we daarmee God willen beperken.
Elkaar niet afschrijven, maar naar elkaar blijven zoeken, verstoorde relaties proberen te herstellen, dat is waartoe dit beeld van de barmhartige God ons uitnodigt. Ik denk eigenlijk dat veel van de Mariaverering een uitweg is voor de gelovige mens omdat het traditionele beeld van God veel te mannelijk en streng was en gebaseerd op kracht. Maria is dan de barmhartige kant van God, de ontfermende, de kant van God die altijddurende bijstand verleent.

Paus Franciscus vertelde eens naar aanleiding van de parabel van het verloren schaap dit: Jezus had 99 schapen in zijn stal en slechts één was er verloren. Wij hebben slechts één schaap op stal en 99 die verloren lopen. Het is te veel om ze te gaan zoeken.
Het beeld van God dat wij hebben is de basis van ons doen en laten. Vandaag worden we uitgenodigd om een vriendelijk en menslievend beeld van God te maken, dat ons aanspoort om van mensen te houden omdat ze en wij goed zijn. Gods schepping komt uit zijn hand, en God is goed en zijn schepping is goed, dus wij ook.

Ik wens u een gezegende zondag.


Naar www.kapucijnen.com

Preken in 2019

2019
voor een lijst van preken klik door naar
Lijst van preken

Preken uit andere jaren


2018
Bidden (komt nog)