30 juni 2019, 13 zondag in het jaar C

1 Koningen 19, 16b - 21 - Psalm 16 - Galaten 5, 1 - 13 - Lukas 9, 51 - 62
13de zondag jaar C

Mensen van de Weg
Na Hemelvaart werden wij ons ervan bewust dat wij niet naar de hemel moeten staren om te zien wat er niet te zien is, maar dat we op aarde leven, hier en nu en dan. Tien dagen later, met Pinksteren, stonden we klaar om iets of liefst veel van de Geest te ontvangen, liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid.

Met onze ervaringen van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren gaan we nu de zomer in. Aan de hand van enkele oude verhalen worden we gevoelig voor de weg die wij te gaan hebben. Het begon vandaag met een oud verhaal over de profeet Elia. Er zijn enkele zaken in dit verhaal die het voor ons duidelijker maken, ofschoon het zich afspeelt in een oude tijd, met een heel andere godsdienst en cultuur. Eerst zien we dat degene die geroepen wordt aan het ploegen is. Dus een heel gewone man, wij zouden hem kunnen vergelijken met iemand die in een garage werkt of iemand die het huishouden doet. God roept geen bijzonder mensen om zijn profeet te zijn. Ze worden gaandeweg vanzelf bijzondere mensen.
Het tweede in dit verhaal is niet alleen de radicaliteit, maar ook dat hij ploegt met twaalf koppels ossen. Dat getal twaalf staat steeds voor het aantal stammen van het volk Israël. Dat getal en dat aantal komt telkens terug in heel de bijbel, tot in het aantal apostelen toe. God wil – volgens dit verhaal – zijn Naam bekend maken, juist via dit volk dat zo vaak ‘hardnekkig’ genoemd wordt, tegendraads. En wat gebeurt er dan? Elisa laat alles achter, slacht enkele ossen en geeft ze als afscheid aan zijn werkvolk. Dat is hier het begin van zijn roeping: loslaten en delen en samen eten. Ook al zouden we vandaag geen ander verhaal horen, hierin wordt samengevat wat roeping betekent: perspectief hebben, op weg gaan, het verleden achterlaten en dat doen met een feestelijke maaltijd. Alle profeten hebben, zelfs in de moeilijkste omstandigheden, dit perspectief altijd voor ogen gehad en verkondigd.

Dan lezen we het verhaal van Jezus. Hij gaat vastberaden op weg, hij koos vastberaden zijn reisdoel, Jeruzalem. Het eerste obstakel was de vijandigheid van de Samaritanen. Maar daar gaat hij soepel mee om, in tegenstelling tot zijn leerlingen. Een tweede obstakel is een man die alle sympathie van Jezus heeft. Maar Jezus legde hem uit dat het volgen van betekent dat je heel wat dingen niet meer kunt doen die voor anderen vanzelfsprekend zijn. Jezus verzekert hem en ons dat hij afziet van een plek om rustig zijn leven op te bouwen, om rustig te slapen. Misschien ga ik te ver als ik daarin zie dat Jezus afstand doet van gewone dingen om niet alleen zijn eigen rust te bewaren, maar ook om de schepping van God minder aan te tasten. Het lijkt alsof de schepping, de natuur, het nodig heeft dat wij niet alles wat we eruit kunnen halen, er ook uit halen. We kunnen de schepping beter maken als we niet alles ervan gebruiken.
Daarna komt er nog een man op zijn pad. Iemand wil Jezus volgen en zegt tegelijker¬tijd: “Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven.” Als we deze man goed beluisteren zegt hij eigenlijk: “Laat mij eerst naar huis gaan, om voor mijn oude vader te zorgen totdat hij sterft, hem dan met alle eerbied en tijd begraven zoals onze gewoonten zijn; daarna zal ik u komen volgen.” Het antwoord van Jezus is ongeveer een spreuk uit het wetboek van de Joden: “Als iemand een gelofte heeft afgelegd, dan is hij helemaal voor de Heer.” Het gebod om vader en moeder te eren is een van de Tien Geboden, de Tien Fundamenten van het leven. We hebben juist ook in dat andere verhaal over Elia en Elisa hetzelfde gelezen. De geroepene zegt: “Laat mij eerst mijn vader en moeder een afscheidskus geven en dan zal ik je volgen.” Het antwoord van Elia is hard en duidelijk: “Ga terug, weg wezen.” Dan hebben we het radicale symbool van het loslaten van het verleden: hij slacht enkele ossen en bereidt ze op het hout van het juk voor zijn werkvolk, de maaltijd en de liturgie van het afscheid.

In de bijbel staan veel verhalen over mensen die teruggaan en niet durven verder gaan, die omkijken in heimwee naar het goede, oude verleden, die goede ouwe tijd. Ik noem u er een paar: de Joden die in de woestijn terugkijken naar de vleespotten van Egypte en daar hun vrijheid voor over hebben; het verhaal van de vrouw van Lot, die omkeek en niet loskwam van haar verleden en veranderde in een zoutpilaar. U kent het verhaal van de verspieders die in het Beloofde Land moesten kijken of het veilig was: ze verzonnen reuzen, uit angst om het Beloofde Land binnen te gaan.

In ons leven zijn er ook voldoende momenten dat we bang zijn om een onzekere toe¬komst binnen te gaan. De onzekerheid, de angst, de dreiging of duisternis kan groot zijn. We blijven liever waar we zijn en willen niet verder gaan. Dat geldt voor iedereen afzonderlijk, jong en oud, maar ook voor de kerkgemeenschap hier of in Nederland, zelfs in Europa.
De stem van Jezus klinkt zuiver: “Volg mij.” Hoe dan? Kunnen wij het verleden loslaten? Dit is vandaag de boodschap: blijf niet staren op het verleden, blijf zeker niet haken bij wat je verkeerd hebt gedaan, blijf niet steken bij wat aan jou is aangedaan. Schud je krenkingen van je af. Blijf niet zitten in je verdriet, vergeef en laat je vergeven. Blijf niet vastzitten in je kleinheid of de kleinheid van een ander, ga door! Dat geldt ook voor zieke en doodzieke mensen/ Jezus was vastberaden op weg naar zijn beulen, naar zijn pijn, naar zijn zwarte toekomst, naar de soldaten die hem zouden martelen, naar de rechters die hem zouden veroordelen. Jezus hield van zijn vader en zijn moeder, zijn familie, zijn broers en zussen, zijn leerlingen, zijn vrouwen en mannen, maar bovenal gehoorzaamde hij aan het Koninkrijk van God.
De duisternis maakte ook Jezus doodsbang, hij zou later bloed en water zweten, maar hij ging door. Is dit niet een hartelijke uitnodiging om door te gaan, als persoon en als kerkgemeenschap, ook als het moeilijk is?
Ook op onze weg is er van alles, stommigheid, brutaliteit, liefde, vergeving, ziekte geheimen, enthousiasme, oorlog en vrede. Soms zoeken we de rust en de vreugde van toen, van toen we jong waren. Laten we voor elkaar bidden en elkaar steunen, zo dat we de moeilijke dagen door kunnen komen. We worden uitgenodigd om elke dag als een dag van dankbaarheid te beleven. Laten we elke dag genieten, warm of minder warm, in storm of regen of te veel zonneschijn, en genieten van de natuur zoals de vossen in hun holen dat doen, de bloemen in het veld. Gods Rijk is een ruimte van vrede ondanks oorlog, kleur ondanks depressiviteit, licht in angst en een streling wanneer je dat nodig hebt.
Ik wens u een gezegende zondag! Amen.


Naar www.kapucijnen.com

Preken in 2019

2019
21 april, Pasen
Zesde zondag van Pasen
Zevende zondag van Pasen
Pinksteren
Drie-eenheid
Sacramentsdag
13de zondag Jaar C

Preken uit andere jaren


2018
Bidden (komt nog)