2 juni 2019, zevende zondag van Pasen

Handelingen 7, 55-60 - Psalm 97 - Openbaring 22, 12-14.16-17.20 - Johannes 17, 20 - 26
Zondag na Hemelvaart

Zelfbewust
Deze zondag na Hemelvaart en een week voor Pinksteren heet van oudsher “Het Weeskind”, of “Wezenzondag”. Op een zondag als deze worden we ons ervan bewust dat we geen apart lijntje naar God hebben en dat we allemaal gelijk zijn in ons verlangen naar iets goddelijks in ons leven, in welke vorm dan ook. En dat komt er ook, als je maar de goede kant opkijkt en niet te veel naar de blauwe hemel staart.
De verhalen van vandaag wijzen allemaal dezelfde kant op: we leven in een periode van scherpe tegenstellingen – en dat is nooit anders geweest. Aan de ene kant lezen we over de dood van een van de eerste christenen, Stefanus, en aan de andere kant een dramatische oproep tot liefde. Het gaat over de Eerste en de Laatste, de Alfa en Oméga, de oorsprong en het einde, dorst hebben en gratis water krijgen.
We hebben het verhaal over Stefanus aanhoord zonder een spier te vertrekken. Zij wij zoveel gewend, of worden we alleen nog maar geraakt als iemand iets naars over ons zegt? Het is een gruwelijk verhaal uit een barbaarse tijd. Maar ja, ik weet niet of u die filmpjes op YouTube hebt gezien van stenigingen, onthoofdingen in de laatste tien jaar? In zo’n harde wereld heeft Jezus geleefd. Er werd eens een vrouw voor hem gebracht, ze waren van plan haar te stenigen. Sommigen zeggen weleens: “Als er een God is, laat Hem dan het geweld uit de wereld en uit de mensen halen.” God zou onmiddellijk antwoorden: “Doe het lekker zelf”. In die harde wereld doet Jezus de op¬oep: “Ik heb Gods naam geopenbaard en ik zal dat blijven doen: dan kan de liefde van God in de mensen nestelen.”
Stefanus geeft hiervan het voorbeeld. Terwijl de stenen op zijn armen en zijn hoofd neerkwamen, zijn botten gebroken worden en verbrijzeld, bidt hij: “Heer, reken hen deze zonde niet aan.” Hij bidt alsof hij zegt: ‘God laat er niets staan tussen deze mensen en mij, tussen die stenengooiers en mij.” Het is een soort grootse poging om in een moeilijke situatie de vrede en de eenheid te bewaren, zelfs ten koste van het eigen leven. Wat een geweldig voorbeeld in een wereld vol met zinloos geweld en lijden in Nederland en in zoveel landen.
Ook het boek van de Openbaring, de Apocalyps, is geschreven toen de vervolgingen van de christenen heviger werden. In een soort geheimtaal werd de mensen moed ingesproken. Dat Boek is een uitgebreide verzameling van spreuken, beelden, gebeden en visioenen, om de gelovigenmoed in te spreken. Het is te vergelijken met de radioboodschappen die koningin Wilhelmina vanuit Londen sprak tijdens de Tweede Wereldoorlog. Misschien heeft zij ook wel iets gezegd zoals; “Wie wil, mag water om te leven nemen, zoveel je wilt, zonder te betalen: dit water is onbetaalbaar, dit is het leven zelf.” Wie de oorlog niet heeft meegemaakt, kan het aan oudere familieleden vragen.
En zelfs in psalm 97, de antwoordpsalm, horen we het visioen: als God wordt erkend en er vrede zal zijn, dan is het niet meer nodig om andere godjes na te jagen: de hele schepping zal ondersteboven zijn, de hardste steen wordt zacht, de meest versteende harten zullen smelten en zich laten vermurwen. En Jezus bidt dat ze allen één mogen zijn. Dat gaat er niet om dat de leerlingen en de apostelen het ééns zijn me elkaar, maar dat ze onder alle omstandigheden één kunnen blijven en met God verbonden, zoals Jezus. De verbondenheid me elkaar staat onder bescherming van de liefde van God, van de geest die zo nodig is.
In deze lawine van geweld en vervolging is er toch het optimisme dat de boventoon voert. De maand mei is altijd een gezellige maand. Een mei-viering, vier mei dodenherdenking, vijf mei Bevrijdingsdag, verder was het dag van de verpleging, van de secretaresse, Hemelvaart en vrije dagen, bijna Pinksteren, eerste communiefeesten. Eigenlijk horen die andere berichten er niet in thuis, schoffies die aanranden en stelen, ouderen die pubers treiteren. We hebben soms zin om die vervelende dingen in de kerk weg te laten, en alleen de geur van de roos en de schijn van de maan toe te laten. Dat kan niet. Daarom lezen we ook die gruwelijke verhalen uit de bijbel in de kerk. Dat doen we niet om ons te verlekkeren aan het geweld, maar om nooit te vergeten dat er ondanks geweld en zelf in dat geweld de boodschap van vrede doorklinkt, en wel: door ons.
Een manier om dat te kunnen is bidden. Gewoon je laten zien zoals je bent. Je bidt, wanneer je het kan opbrengen om uiting te geven aan je verlangen, aan het hunkering naar geborgenheid en kracht, aan de troost en de uitdagingen die je in je leven vindt. Het maakt dan niet uit welke woorden of melodieën je gebruikt. Het verlangen naar God wacht erop dat iemand er woorden of melodie aan geeft. U kent misschien het standbeeld van de dokwerker, het symbool van de staking tijdens de oorlog, tegen de Jodendeportatie. Rabbijn Soetendorp legde deze dokwerker het volgende gebed in de mond:

Toen stond ik op Ik die nimmer heb gebeden Niet in de kerk, laat staan in de synagoge. Ik heb mijn mouwen opgestroopt, Mijn pet achter op mijn hoofd geschoven En ik heb gezegd: “Kom op, hier sta ik en hier blijf ik staan, opdat het onrecht nooit zal zegevieren.” Dat gebed, van mijn armen en mijn handen, dat wat mijn hart niet laten kon te doen, was dat misschien het gebed waarop u zat te wachten? Dat vloekrefrein van uw uitverkoren lied?”
Ik wens u een gezegende zondag. Amen


Naar www.kapucijnen.com

Preken in 2019

2019
21 april, Pasen
Zesde zondag van Pasen
Zevende zondag van Pasen

Preken uit andere jaren


2018
Bidden