Als ik niet meer zou leven
en de roodborstjes komen weer
geef die met de rode das
een kruim te mijner eer
Als ik jou niet kan danken
omdat ik heel diep slaap
weet
dat ik het probeer.
Emily Dickinson
Vuurrood tussen de rozen
op stam - tussen de graven
van minderbroeders
== Mieke van Baal in Gaandeweg, contactbrief van Oriëntatiewerk ==
Zie www.klooster-velp.nl/
Er wordt op mijn deur geklopt. “Ja.” roep ik. De deur gaat open. Een klein mannetje komt binnen, twee en een halve bloempot hoog.
“Hé,” zeg ik, “kom binnen, wie ben je?”
“Ik ben de kleine dood,” zegt hij, en ineens barst hij in tranen uit.
Nu had ik kunnen zeggen: ‘Laat je niet zo gaan, wees flink.’ Maar huilen is bij mij niet verboden. Wanneer hij tot bedaren komt, vraag ik:
“Je bent de kleine dood?”
“Ja,” zegt hij, “mij sturen ze overal weg waar er leven is en blijheid. Daar hebben ze mij niet nodig. Maar ik moet toch ook leven?”
“Natuurlijk, kleine dood, blijf maar wat bij mij. Ik ben op dit moment ook niet zo gelukkig. Hou me wat gezelschap, dan kunnen we samen praten, dat helpt.”
Zo zitten we daar bij elkaar, tot opeens de kleine dood me aankijkt en vraagt: “Aan wie denk je nu? Toe, zeg het gauw!”
“Ik denk aan jou,” zeg ik.
En op datzelfde moment krijgt het dode mannetje echte ogen. Ze dansen als lichte sterretjes.
“Ja, ik denk aan jou,” roep ik nog eens, en weer verandert hij. Hij krijgt een echte huid en echte handen, een echt hart.
“Ja, ik denk aan jou,” roep ik nog harder en hij krijgt echte haren om te kunnen kammen en een echte neus, waarmee hij kan niezen.
“Ja, ik denk aan jou,” schreeuw ik zo hard ik kan en plotseling springt hij recht, valt me om de hals en fluistert: “En ik aan jou ...”
En op mijn stoel zit een klein mannetje, twee en een halve bloempot hoog.
Zijn ogen zien er fris uit en zijn gezicht is opgetogen. “Hoe heet jij,” vraag ik. “Het kleine leven,” zegt hij.
“Zo,” zeg ik, “en wat ga jij met dat kleine leven doen?” “Kleine doden opwekken,” zegt hij.
“Hoe ga je dat doen?” vraag ik.
“Door te zeggen: ik denk aan jou...”
=== Uit: Leven, blad van Klaas Blijlevens, Brugge===
Eenvoudig zonnelied, melodie: Kom Schepper Geest, daal op ons neer:
Oneindig machtig goede Heer
aan U zij onze lof en eer,
Wij roemen U omdat Gij zijt
de allerhoogste Majesteit.
U wordt geloofd door de natuur
bijzonder door dat laaiend vuur
dat opvlamt uit die warme bron
en die wij noemen broeder Zon.
Lof komt U toe van zuster Maan
met al de sterren die daar staan,
zij stralen met een zachte pracht
als edelstenen in de nacht.
De Wind die in de wolken jaagt
langs akkers, bos en huizen vlaagt
als broeders leert hij ons het meest
de werking van uw heilge Geest.
Met zuster Water danken wij,
zo spranklend fris en rein is zij.
Zij geeft ons uit haar overvloed
altijd weer hoop en levensmoed.
U loven wij met broeder Vuur
zo prachtig, levend en zo puur:
hij geeft ons leven warmte en licht
en milde glans op ons gezicht.
U wordt geloofd door Zuster Dood
die nooit een sterfling buiten sloot±
zij legt eenieder met zijn lot
zo in uw handen,lieve God.
=== Richard van Grinsven ===
Klik op een maand om naar die meditaties te gaan, voor zover aanwezig.
| 2003 | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | |||
| 2004 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2005 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2006 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2007 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2008 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2009 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2010 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2011 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2012 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |