De veertigdagentijd is begonnen.
Slechts een vraag: doe ik iets?
Het woord water wekt veel verschillende associaties en gevoelens bij me op.
Goede en slechte herinneringen en beelden. Ik had nog nooit van een tsunami gehoord, maar nu is dat dicht bij.
Wie erg ziek is, denkt aan zijn verdroogde tong en aan het vragen om water.
Je denkt aan verdrinken en aan leven, aan rivieren in het land die vergiftigd zijn door industrie en varkens.
Ik denk aan mooie wolken waaruit het regent, heerlijk of vervelend; aan de sneeuw en de vliegende hagel.
Ik zie het waterbed waarop je geen doorligwonden krijgt. Het heerlijke water waarin je kunt zwemmen.
De plantengroei en de oerwouden, waar het altijd vochtig is. Ik denk aan de tranen van bitterheid,
geluk en teleurstelling.
Op al die menselijke ervaringen van wassen, groeien en vernietigd worden berusten de religieuze symbolen
en de verhalen, zoals dat van de Doortocht door de Rode Zee.
Je hoeft geen dichter te zijn om bij water veel te voelen opborrelen. Laat ze opkomen, die fijne,
intieme momenten die te maken hebben met water, toen je dreef, toen je dorst had, toen je zwom,
toen je gedoopt werd, toen het mei was, toen je vuil was...
Doop beschouwt het water als een levengevende rivier, waar je alleen niet over of doorheen durft.
Je kunt bang zijn voor de onbekende diepten van de rivier of voor het water van de angst zelf.
De rivier blijkt even diep te zijn als je angst. Wanneer je zeker weet dat de rivier te diep is,
dan is hij dat ook. Wanner je je een andere zekerheid kunt permitteren, dat de rivier geen bedreiging is,
dan kun je erdoor of zelfs op het water lopen.
Er staat niet wat er staat, er vloeit niet wat er vloeit. Als we kanker zeggen bedoelen we angst.
Als we water zeggen, bedoelen we vrede of onheil. Als we God zeggen,
bedoelen we een wereld - iemand misschien wel - die we met ons meedragen, maar waaraan of aan wie
we moeilijk woorden kunnen geven. Water kan ons helpen meer over onszelf en over God te vertellen
dan we zonder die beelden zouden kunnen.
P.H. van der Veer, kapucijn
Dagen heb je in je boot gelegen;
Hij was de laatste 'stadsbeeldhouwer' van Middelburg. Jarenlang werkte hij hier
aan het herstel van beelden, pinakels en spuwers van het in de oorlog verwoeste stadhuis.
Peter de Jong had een groot en gezellig atelier. Altijd koffie en aan het einde van de middag een pilsje.
We spraken er vaak samen over 'het' beeld, dat de kern van de blijde boodschap kon uitdrukken.
Ook zijn leerlingen deden mee in die gesprekken. We waren het erover eens,
dat het traditionele kruisbeeld meestal slechts één kant van die boodschap weergaf, de dood en niet het leven.Klik op een maand om naar die meditaties te gaan, voor zover aanwezig.
| 2003 | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | |||
| 2004 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2005 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2006 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2007 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2008 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
| 2009 | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |