Meditatie

Ga naar juli 1, juli 2, juli 3, of juli 4

Eerste week van juli 2003
Vaak vrij horizontaal

Een schitterend gedicht van Eva Gerlach

Een lijster: die hadden we nooit
gehad, al die tien jaar, zong in de vlier en zong
onder ons raam juist zoals wij hadden gedacht
dat zij zingen. En zat met zijn snavel vol toren
stil zovaak wij keken, avonden lang
aten wij gebukt, het kon niet op
tot, zou je zeggen tsip? nee, sjuk, hij wegbleef.
Een tijdje probeerde ik zijn lied
voor 's ochtends vroeg, vierregelige ruime
verzen waarin iets koninklijks en iets
van krabben in de grond maar het wou niet, aldoor begon
wat ik niet had gehoord en niet gemist
zachtjes te zeuren. Waarom
als je zoveel van wat je ziet vergeet, de dingen
zo gauw, je krijgt me niet, uit je loslaten
dat je je afvraagt of je wel bestaat komt juist
het lichtste steeds voorbij, wacht tot de kust vrij is,
roept je met snavels vol eten.

Eva Gerlach


Tweede week van juli 2003
Koninginnen van de nacht
Carry

De huisvrouw neemt eerste een sherry
voordat ze de stofzuiger pakt
De advocaat een lijntje coke tegen de kater
want wat was hij gisteren weer doorgezakt
Je nicht durft zonder angstremmers het huis niet uit,
haar kinderen krijgen Ritalin bij hun eerste hapje fruit
En dan noem je hen de junks?
Henk Westbroek is niks zonder zijn wodka of jenever
Ron Brandsteder is verslaafd aan betaalde seks,
Katja Schuurman is al eens dronken in de sloot gereden
Bij Patty Brard zit haar geest ook meestal in de fles.
Zonder Viagra krijgt zelfs Menno Buch geen natte dromen
De Gooise matras is doordrenkt met dope en drank,
Vanessa moet worden volgeshot voor ze op tv kan komen.
En Ally McBeal blijft ook niet uit zichzelf zo slank.
En dan noem je hen de junks?
Zij zeuren niet over anderen,
Zij krijgen niks bij de apotheek
Zij betalen hun eigen harddrugs,
Dus wou ik graag, lieve burger,
Dat je niet zo op ze neerkeek.

Carry Jansen
De vrouw met het gouden hart
die de verslaafde prostituees in Rotterdam
hun eigenwaarde teruggeeft
Uit NRC, 21 juni 2003
Carry


Derde week van juli 2003
Gij zijt mijn schild, mijn tank
Oorlog

Tegenwoordig lees ik nogal eens een psalm in een andere vertaling dan gewoon, of in een andere taal. Dan vallen sommige uitdrukkingen meer op, die door de geoefende psalmlezer als vanzelfsprekend worden aanvaard en begrepen.
Waar ik vaak op stoot zijn de vergelijkingen uit het militaire leven. God wordt in veel psalmen beschouwd als onvoorwaardelijk staande aan mijn kant, en dus niet aan de kant van wie mij belaagt, de vijand. God is mijn rots, God schiet zijn pijlen af, soms zelfs met brandend materiaal als een Molotov-cocktail. God is een schild, een versterkte burcht, een dikke muur, alles wat maar met militaire technieken en tactieken te maken heeft.
Misschien wordt het tijd dat we nieuwe psalmen schrijven, waarin God het uithoudt met degenen die zelfmoord willen plegen omdat de politieke situatie al een generatie lang onhoudbaar en uitzichtloos is. Wie schrijft een psalm waarin verzet wordt gepleegd tegen "de andere kant", die een God zegt te hebben omdat ze de beschikking hebben over tanks, geld en wapens. Het is tijd voor psalmen van vrede, zonder die ellendige militaire vergelijkingen die -misschien goed in de tijd van de psalmen - in mijn tijd bij mij alleen maar beelden oproepen van onrecht, van een misselijkmakend zendingsbewustzijn en een identificatie van macht met God-is-met-ons.
Misschien is er wel iemand die bij bijgaande afbeelding een psalm wil schrijven...

Stuur die psalm, dat lied, dan op naar Secretariaat kapucijnen.
Piet Hein van der Veer


Vierde week van juli 2003
Aan de oevers

Aan de oevers van de vreemde stroom
ver van mezelf
ver van ieder van wie ik hield
zat ik te huilen.
Zelfs mijn gevoel, mijn smaak, mijn oren,
mijn gedachten huilden.
Het huilen luchtte me niet meer op.
Mijn tranen vielen in die stroom in den vreemde
onopgemerkt en verworden tot zoet water.
Ze zeiden me: "Wees toch vrolijk,
dans en zing een liedje van je jeugd,
laat je hart spreken en zing!"
Hoe kan ik zingen, dansen, kleuren zien,
lief zijn, zachtheid voelen?
Ik mis nog liever mijn tong
dan dat ik hier en nu zing,
de dood is me liever dan het leven.
Ik mis nog liever mijn leven
dan dat ik hier
alleen onvervuld verlangen ben.
Wie is het die niets van me vraagt?
Met hem wil ik zingen,
met haar wil ik huilen.
Wie aanvaardt me zoals ik ben?
Wie kan het vuur van ooit
in mij ontdekken en bewaren?
Wie kan mijn dode verlangen beschermen
zoals je kleine groene sprietjes in de lente beschermt?
Ik wou dat iemand al die begrijpende,
eisende, wanhopige therapeuten, ouders,
pastors, verpleegkundigen, artsen
bij de enkels pakte en
hun hoofden verpletterde tegen de rots
aan wiens voet de vreemde stroom stroomt.

naar psalm 137
Piet Hein van der Veer


Klik op een maand om naar de desbetreffende meditaties te gaan, voor zover aanwezig.

2003      apr mei jun jul aug sep okt nov dec
2004 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
2005 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
2006 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
2007 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
2008 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
2009 jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec