OFS-fraterniteiten mogen deze pagina kopiëren voor eigen gebruik.

De Transitus van Franciscus van Assisië

3 oktober

Voorganger: Vanaf de vroegste dagen van de franciscaanse Orde, zijn de volgelingen van Franciscus bijeen gekomen op de jaardag van zijn dood om zijn Transitus te herdenken, dat is Franciscus' overgang van aards leven naar eeuwig leven. Ook wij komen hier in deze plaats bij elkaar om te vieren hoe zeer Franciscus een licht was voor zijn wereld. Toch is deze viering niet alleen een herdenking, een herinnering aan degene die gestorven is. Het is ook een viering van de Geest van Franciscus in ons midden vandaag, in ieder van ons. Het is nu de tijd dat wij geinspireerd door Franciscus, overwegen hoe wij licht voor onze wereld kunnen zijn.

Zingen: "Waar vriendschap heerst en liefde"

Tijdens het zingen brengt te kaarsdrager een grote brandende kaars - symbool van het licht van Franciscus' leven - naar de kaarsenstandaard en plaatst hem daar op.

Vertellers: Het verhaal van de dood van Franciscus

In dit tijd verbleef Franciscus in het paleis van de bisschop van Assisië, en hij vroeg daarom de broeders hem zo snel mogelijk over te brengen naar de plaats van Maria van Portiuncula. Hij wenste zijn ziel terug aan God te geven op die plek waar hij, zoals hij zelf zei, ontdekte wat de weg van de waarheid was.
Het Leven van Franciscus door Thomas van Celano II, hoofdstuk VII 108

Toen prees de zalige Franciscus, ondanks de verpletterende last van zijn ziekte, de Heer in een grote blije uitbarsting van lichaam en ziel. Hij zei tot zijn gezel: "Ik weet dat ik spoedig zal sterven. Vraag daarom of broeder Angelus en broeder Leo willen komen om onze Zuster Dood voor mij te prijzen." De twee kwamen. Zij vochten tegen hun tranen maar zongen het "Lied van broeder Zon" en van de andere schepselen, het lied dat Franciscus had gecomponeerd in zijn ziekte voor de glorie van God en voor de troost van zijn ziel en die van de anderen.

Terwijl de broeders bitter huilden en luid weeklaagden, vroeg Vader Franciscus om hem een stuk brood te brengen. Hij zegende het en brak het en gaf een stukje ervan aan ieder te eten. Hij vroeg hen ook hem een evangelieboek te brengen. Hij verzocht hen toen uit het evangelie van Johannes een deel te lezen dat begin met: "Voor het Paasfeest." Hij dacht aan het heilige avondmaal dat de Heer had gevierd met zijn leerlingen.
Hij deed dit alles in de eerbiedige herdenking van dat laatste Avondmaal, en hij toonde zo de diepe liefde die hij voor zijn broeders had.
Thomas van Celano II, hoofdstuk CLXIII

Toen [Franciscus] de paar dagen die hem restten voor zijn dood, had doorgebracht tewijl hij God dankzegde, leerde hij zijn gezellen die hij liefhad samen met hem Christus te prijzen. Zo goed en kwaad het ging, riep hij de woorden van deze psalm: "Ik riep tot de Heer met mijn stem: met mijn stem smeekte ik de Heer." Hij nodigde alle schepselen uit om God te prijzen. Hij nodigde zelfs de dood uit, die bitter en hard is voor iedereen, om God te prijzen en ging de dood met vreugde tegemoet, hij vroeg de dood om intrek bij hem te nemen.

Toen zei Franciscus tot zijn broeders: "Wanneer je ziet dat mijn laatste ogenblik is aangebroken, plaats mij dan naakt op de grond juist zoals je me deze dagen hebt gezien; en laat me daar een tijd liggen wanneer ik dood ben, zo lang als iemand nodig heeft om in alle rust een mijl af te leggen." Het uur van zijn dood kwam, en toen al de mysteries van Christus in hem vervuld waren, steeg hij vervuld van blijdschap naar God op.
Thomas van Celano II, hoofdstuk CLXIII, 217.

Lezing:Johannes 13: 1-17

" Het was kort voor pesach, het Paasfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.
Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: "U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?" Jezus antwoordde: "Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen." "O nee," zei Petrus, mijn voeten zult u niet wassen, nooit!" Maar toen Jezus zei: "Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen," antwoordde hij: "Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!" Hierop zei Jezus: "Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein, maar niet allemaal." Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren."
Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. "Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?" vroeg hij. "Jullie zeggen meester en Heer tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je de voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt.
Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: "ij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd." Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft."

Antwoordpsalm: Psalm 142. Om en om bidden of zingen

1 'k Riep tot den Heer' met luider stem;
Ik smeekt' en riep vol angst tot Hem.
'k Heb, voor Zijn aangezicht, mijn klacht
In mijn benauwdheid voortgebracht.

2 Als mij geen hulp of uitkomst bleek,
Wanneer mijn geest in mij bezweek,
En overstelpt was door ellend',
Hebt Gij, o Heer', mijn pad gekend.

3 Zij hebben vol arglistigheid
Een strik op mijnen weg gespreid.
'k Zag uit, in nood, ter rechterhand,
Maar vond noch vriend, noch onderstand.

4 'k Wou vluchten, maar kon nergens heen,
Zodat mijn dood voorhanden scheen,
En alle hoop mij gans ontviel,
Daar niemand zorgde voor mijn ziel.

5 Ik riep tot U, ik zeid': o Heer',
Gij zijt mijn toevlucht, sterkt' en eer;
Gij zijt, zolang ik leef, mijn deel,
Mijn God, Wien ik mij aanbeveel.

6 Hoor mijn geschrei! 'k Ben uitgeteerd,
Door mijn vervolgers overheerd;
Ai, help en red mij uit den nood,
Want hunne macht is mij te groot.

7 Voer mij uit mijn gevangenis,
Tot roem Uws Naams, die heerlijk is.
Dat mij 't rechtvaardig volk omring'
En vrolijk van Uw weldaan zing'

Voorganger: In het evangelie van Johannes hebben we Jezus' woorden gehoord, "Wat ik juist gedaan heb, deed ik om jullie een voorbeeld te geven: doe zoals ik het heb voorgedaan." Franciscus heeft ons gezegd: "Ik heb gedaan wat ik moest doen. Moge Christus jullie leren wat jullie moeten doen." Neem de tijd om deze opdracht te overwegen. Hoe is mijn leven veranderd sinds ik Franciscus heb ontmoet? Wie is Franciscus voor me?

Mediteer hierover enige tijd, en wees dan bereid om dit te delen zover je dit kunt of wilt met de persoon naast je.
Daarna zullen we de kaaren aansteken als teken van Christus' licht, dat doorgegeven is door Franciscus en dat nu in ons brandt. Wanneer alle kaarsen aan zijn, blijven wij zitten en zingen.


Zingen: Licht dat ons aanstoot in de morgen

Voorbede: Allen gaan staan.

Antwoord: Barmhartige God, hoor ons gebed.

Dat Christenen van elke cultuur, ras en natie met vreugde het evangelie brengen aan heel de wereld laat ons bidden...

Dat ieder van ons als volgers van de Messias medelijden opbrengen voor mensen die arm zijn en te lijden hebben, laat ons bidden...

Dat zij die het algemeen welzijn dienen, gekozen en publieke dienaren, hun diensten aanbieden in wijsheid en liefde, laat ons bidden...

Dat allen die werken, voeden, onderichten, ondersteunen en leiden may zelf het goed zien dat zij tot stand brengen en laat hen gevoed worden en op hun beurt ondersteund, laat ons bidden...

Dat ieder van ons die geroepen zijn tot gebed en contemplatie, daarin verfrist worden, zich blijven verwonderen en veranderen door hun ervaringen, laat ons bidden...

Voorganger: Liefdevolle en barmhartige God, u hebt het mystieke lichaamvan de kerk verrijkt met het leven van Franciscus, een licht voor ons op onze reis naar u toe. Stort ook nu steeds uw Geest uit over elk schepsel, verzoen ieder door de liefde en in de vrede die u ons beloofd hebt. Dit vrgen wij in uw naam. Amen.

Voorganger: Als teken van de zegen en vrede die wij voor elkaar zijn, laat ons allen onze handen uitstrekken in zegening en gebed...

Allen: Moge de Barmhartige je zegenen en beschermen,
Moge de Barmhartige naar je omzien in barmghartigheid,
Moge de Barmhartige je vrede geven.

Voorganger: Geven we elkaar een teken van die vrede.

Na het uitwisselen van een teken van vrede, besluit de voorganger...

Voorganger: In de voetstappen van Christus deed Franciscus wat zijn opdracht was. Laat ons deze opdracht en gave uitbundig vieren, verder gaan in de voetstappen van Franciscus, en doen wat onze opdracht is!

Zingen: Zonnelied van Franciscus

Deze Transitus-dienst is gebaseerd op de publicatie http://www.osfphila.org/prayers/service_transitus

(Gebruikt met vereiste permissie

Wanneer u deze liturgie gebruikt, wilt u dan een berichtje daarvan sturen aan Secretariaat kapucijnen NL. Dank u.

Klik op een link om naar desbetreffende liturgie te gaan.
Gemeenschap | Gedragen door .. | Ontmoeting | Kruisweg | Middagdienst ps. 133 | Middagdienst ps 124 | Afscheid | Kapucijnenheiligenkalender | Voorbede | Stabat Mater | O Hoofd vol bloed en wonden | 3 oktober, Transitus |

of naar onze homepage