De Nederlandse kapucijnengemeenschap

Provincieberichten

Het bestuur van de provincie

HET BESTUUR VAN DE PROVINCIE
Bestuurder (Superior) van de Provincie is de provinciale minister, en hij alleen; hij heeft een "eigen gewone bestuursmacht". Bij verhindering of afwezigheid van de provinciale minister is de vicaris-provinciaal, en hij alleen, de bestuurder van de Provincie krachtens "plaatsvervangende gewone bestuursmacht" (Const. 114). De leiding is altijd, zij het vaak geconditioneerd, in handen van één persoon. Een bestuur, bestaande uit meerdere personen die met meerderheid van stemmen besluiten nemen, kennen onze Constituties niet: noch voor de Orde als geheel, noch voor Provincies, noch voor Communiteiten.
Definitorium: De provinciebestuurder wordt bijgestaan door definitoren, gekozen door het provinciaal kapittel. Deze kunnen bij allerlei bestuursaangelegenheden be-trokken worden en bij sommige móeten ze zelfs betrokken worden. De definitoren vormen samen het definitorium, de provinciale minister is geen lid van het definitorium. Ons generaal bestuur heeft verklaard dat alleen eigen medebroeders lid van het definitorium kunnen zijn. Sinds ons laatste provinciale kapittel kennen we in onze Provincie slechts twee definitoren.
Externe adviseurs: Het laatste provinciale kapittel heeft besloten om naast de twee definitoren ook twee andere personen aan te trekken ter ondersteuning van de bestuurstaak van de provinciale minister.
De bedoeling van het kapittel is dat deze anderen, adviseurs genaamd, zoveel als maar mogelijk is zoals de definitoren en op gelijke voet samen met de definitoren in het besturen van de Provincie participeren.

Het onderscheid tussen de externe adviseurs en de definitoren moet tot een juridisch verantwoord minimum worden beperkt. Dit is op deze wijze geregeld:
a) Alle kwesties die aan definitoren voorgelegd (moeten) worden, worden ook voorgelegd aan deze externe adviseurs.
b) Over deze beleidszaken hebben deze externe adviseurs dezelfde bevoegdheid als de definitoren: er kennis van nemen, erover meepraten en adviseren.
c) Alleen daar waar de Constituties of het algemeen kerkelijk recht aan definitoren het recht op instemming toekennen, hebben de externe adviseurs vooralsnog alleen adviserende bevoegdheid. Zo sauveren we de bedoelingen van ons generaal bestuur en het kerkelijk recht.
d) Bestuurlijke deeltaken kunnen zowel aan definitoren als aan de externe adviseurs toebedeeld worden, tenzij uit de aard der zaak of door de provinciale minister anders geoordeeld wordt. e) Als de provinciale minister, de definitoren en de andere adviseurs op deze wijze met elkaar omgaan is er geen enkel bezwaar tegen, om deze personen die, onder uiteenlopende titels, samen de kar trekken aan te duiden als het bestuurscollege of als het bestuur van de provincie, te meer daar we bij ons gewoon zijn in bestuurs-bijeenkomsten heel democratisch, gelijkwaardig en collegiaal met elkaar om te gaan en zelden of nooit autoriteitsargumenten te hanteren.

Den Bosch, provinciaal en definitorium. Advies: Joachim Scheepers
11 november 2011


of naar onze homepage