De Zevende Ordesraad 2004

Elke zes jaar wordt er Ordesraad gehouden, een internationale kapucijnenvergadering over een actueel thema. De laatste bijeenkomst van deze Ordesraad, de zevende, vond plaats in Assisi in mei 2004. Het thema was: mindere zijn en onderweg zijn. Er waren 42 deelnemers uit alle werelddelen. Natuurlijk was er niet een eenstemmigheid over alle onderwerpen. De slottekst is de moeite waard om bestudeerd te worden. Deze volgt hier.

Zevende Ordesraad van de kapucijnen, 2004, Assisi:

de kenmerken van de kapucijn: Mindere zijn en onophoudelijk onderweg

Inleiding
In een wereld waarin economie, bewapening en technologie de echte machten zijn, kunnen wij, kapucijnen, door ons mindere-zijn en ons op-weg-zijn een tegenwaarde vormen om een menselijker wereld te vormen. Daarvoor moeten wij de moed hebben om consequente keuzen te maken:
* Kiezen voor een 'broederlijke economie'
* Gericht zijn op de anderen
* Een vredescultuur ontwikkelen die gebaseerd is op vertrouwen en de kwetsbaarheid
* Ons leven en pastoraat baseren op dienstbaarheid, medeleven en participatie
* Rechtvaardigheid handelen en oordelen omdat wij allen broers en zussen zijn
* Opnieuw alle relaties toetsen aan de voorwaarden voor de dialoog, in de geest van Franciscus.
In al deze dingen laten wij ons leiden door het Woord van God.

Broederschap en oversten
Ons leven in een broederschap waarin we geaccepteerd en bevestigd worden, is wezenlijk. De oversten moeten daarom op alle gebieden samen ontdekken wat Gods wil is. Het instrument bij uitstek is hiervoor het plaatselijk intern overleg. Daarin luisteren wij naar elkaar en worden wij onderling gesteund en begrepen. Waar dit nog niet bestaat moet het op korte termijn ingesteld worden.

De oversten mogen zich nooit inbeelden dat zij zichzelf benoemd hebben. Alle titels en eretekens moeten daarom vermeden worden. Ze zijn geen heersers maar dienaren die van hun onderdanen houden. In onze fraterniteiten mogen geen politieke, religieuze en economische macht uitgeoefend worden of spelletjes gespeeld worden.

De priesters zijn allereerst kapucijn
De kapucijnen die priester zijn, streven naar eenheid en vreugde. Zij mogen geen macht uitoefenen tegenover de mensen. Vanaf het begin heeft Franciscus priesters onder zijn broeders toegestaan als dezen bereid waren te delen in zijn ideaal van mindere zijn. Hij heeft hen daartoe concrete instructies gegeven die nu nog gelden.
De kapucijnen die priester zijn, zijn lid van de fraterniteit. In zijn pastoraal werk zal hij zich speciaal richten tot mensen die lijden, die aan de rand van de maatschappij leven en tot hen die verdrukt zijn.
Ook in de liturgie zal hij de eenvoud nastreven, in zijn houding, de tekens en voorwerpen voor de eredienst. Hij moet vrij staan tegenover de macht van mensen met geld.
Hij moet anderen de voeten wassen en nederig en gematigd zijn in zijn dienst aan het broederlijk leven.

Pastoraat
In het pastoraat moet de minderbroeder dienstbaar zijn tegenover zijn broeders. Hij zal allereerst gehoorzaam zijn aan het evangelie en de Kerk. Bij voorkeur zullen wij werken in achterbuurtparochies, ziekenhuizen, onder randgroeperingen en armen. Wij moeten hen gewoon nabij zijn, zonder vertoon van macht of beslissingen.
Wanneer wij het evangelie verkondigen, de Orde gaan inplanten of helpen de Kerk te vormen, stellen wij voor:
* elk teken van macht en sociale status te vermijden;
* bij voorkeur te werken met plaatselijke methodes en middelen;
* het gemeenschappelijke, de communiteit te plaatsen boven de persoonlijke verlangens;
* Voor de giften voor de missies de criteria te gebruiken van de 'broederlijke economie', zoals te vinden is in de 6e Ordesraad.
De plaatselijke kerken verwachten van ons geen grote pastorale of sociale structuren, maar eerder een franciscaans getuigenis.
Waar er nog geen franciscaanse aanwezigheid is, bevelen wij aan hierover te praten met de broeders en zusters van de franciscaanse familie.

Geweld, woorden van minachting, bedreigingen vinden in het leven van de minderbroeder geen plaats. Exploitatie of seksueel misbruik is eerder een zonde tegen de mensen en tegen de franciscaanse minoritas dan tegen de zuiverheid.

Kapucijnen streven het 'mindere zijn' na. Daarom is in onze Orde een bisschopsambt of andere kerkelijke onderscheiding niets voor ons.
In ons contact met mensen uit andere religies zullen wij leven als getuigen van Christus. Wij moeten de dialoog zoeken met anderen. Bekeren of evangeliseren is uit den boze. Een grote verleiding die wij moeten weerstaan is: de andersgelovigen verkeerd te interpreteren.

Eenvoud in de 'rat-race' van de samenleving
In een wereld van competitie en de 'ratrace' om de macht zal de minderbroeder een profetische zending vervullen door ons solidair te voelen met de armen en marginalen. Zo kunnen wij een schakeltje zijn in het proces waardoor de wereld verandert volgens de evangelische geest van broederlijkheid.
Twee doeleinden streven we daarin na: een leven in de sociale achterbuurten en een leven waarin wij door hen bekeerd worden tot meer evangelisch leven: zie het verhaal van de kus aan en van de melaatse.
Als minderbroeder zullen wij ook werken aan een toename van gerechtigheid en verzoening. Daarbij moeten wij ons bewust zijn van de grote verschillen die voortkomen uit ethnische en nationale verschillen en de moeiijkheden die voortvloeien uit de taalverschillen. Maar deze mogen ons handelen niet bepalen. Wij beschouwen de aarde als moeder en zuster van ons allen.

Bruggenbouwers in alle opzichten
Het Fonds voor Internationale Solidariteit is een middel om te helpen in de infrastructuur en de ontwikkeling van de lokale bevolking. Wij moeten ook samenwerken met organisaties en instellingen die dezelfde evangelische waarden in het bevorderen van armen nastreven. Franciscans International, bij de Verenigde Naties, is de voornaamste organisatie waarmee de verschillende provincies van de kapucijnenorde moeten samenwerken.
We verzetten ons tegen het consumentisme. We moeten uiterst kritisch zijn. Wij werken samen met organisaties die opkomen voor een ethisch gebruik van de goederen.
Wij staan vierkant en actief achter de broeders die deelnemen aan actiegroepen die de natuur willen beschermen.
Wij zullen ook, als volgelingen van Franciscus, bruggenbouwers zijn tussen kasten, godsdiensten en geografische grenzen. De 7e Ordesraad dringt aan op de instelling van een Commissie voor Gerechtigheid, Vrede en Ecologie in elke kapucijnenprovincie. In alle conferenties moet het werk van Franciscans International vermeld en ondersteund worden.
Om in de praktijk te leven als minderen en in 'voorlopigheid', zullen wij gaan wonen aan de rand van de steden in kleine huizen waar de broeders werken en daarvan leven.

Onderweg: niet alleen plaatselijk, ook geestelijk
Franciscus wilde het voetspoor volgen van de rondtrekkende Jezus en zijn apostelen. In trouw aan Franciscus doen wij afstand van hogere posities en banen met aanzien. We zullen alleen die banen nemen die ook voor gewone mensen en armen te bereiken zijn.
Zo delen wij de levenswijze van 'volk onderweg', zoals Jezus ons aanwees. Juist zoals de eerste kapucijnen, gaan wij leven aan de zijde van de armen. Dit doen we ook als dat moeilijk is. We moeten misschien daartoe structuren en instellingen vaarwel zeggen als die niet passen bij ons ideaal.
"Onverplaatsbaar", "onwrikbaar" slaat niet alleen op het feit dat iemand niet verplaatst kan worden. Het houdt ook in dat we geen afstand kunnen doen van gewoonten en opvattingen. Daardoor zullen we ons nooit echt kunnen bekeren.

Inleidende en permanente vorming
De initiële vorming moet de jonge kapucijnen in contact brengen met de 'melaatsen' van onze tijd: de zieken, de armen, de marginalen. Een werkstage onder het ruige arme volk kan nuttig zijn. Een kort verblijf in de missies of minstens in een andere provincie helpt de broeders in hun vormingstijd om een zintuig voor 'het onderweg zijn' te ontwikkelen.
Vanaf het begin van de initiële vorming moeten de kandidaten gewezen worden op de twee vormen van kapucijnenleven: broeders priester en broeders niet priester.
Omdat het 'mindere zijn' en 'het onderweg zijn' niet weg te denken zijn uit het leven van de kapucijn, moet ook de permanente vorming deze waarden uitdiepen.
Om deze eigenschappen te ontwikkelen zijn de 'contemplatieve kijk' en het stil gebed belangrijk.
Om onze roeping te onderlijnen stellen wij voor, de plechtige professie met de nodige feestelijkheid te vieren, natuurlijk wel op franciscaans sobere wijze. Dit geldt ook voor de priesterwijding en de andere feesten van de fraterniteit.

Internationale contacten en plaatselijke activiteiten
Omdat wij allen mindere broeders zijn, zorgen wij samen voor het onderhoud van ons huis en nemen wij het gezamenlijke leven mee op, en dit als de mindere van de anderen.
Interprovinciale fraterniteiten en interfranciscaanse samenwerking en samenwerking met leken liggen in dezelfde lijn van medeverantwoordelijkheid.
In onze fraterniteit mag etnisch verschil geen rol spelen.
De gardiaan is de stimulerende persoon van het goed functioneren van het broederlijk leven.
Elke provincie moet regelmatig een gezamenlijke activiteit op touw zetten.
Het werken in teamverband hoort wezenlijk bij 'het mindere zijn'.
Een grote rol in 'het mindere zijn' en in 'de voorlopigheid' speelt het huiskapittel, het plaatselijk intern overleg, of intervisie. Ook de eenzaamheid in een kluizenarij is belangrijk, om de noodzakelijke energie op te doen en de lijnen van de eigen spiritualiteit en ons leven te ontwaren. Zowel de provincie als het huiskapittel moeten de contemplatie bevorderen waardoor ook 'het mindere zijn' en 'het onderweg zijn' bij de broeders levendig blijven. De permanente vorming is hiervoor het middel bij uitstek. De provincie en de fraterniteit moeten het de broeders mogelijk maken om zich, naast hun pastorale en andere activiteiten, te kunnen terugtrekken voor contemplatie en stil gebed.

Armoede door leeftijd
In meerdere provincies beleven de broeders een ongezochte vorm van armoede: de armoede die, voortkomt uit de hoge leeftijd, de vermindering van roepingen en de onverschillige of antiklerikale houding van hun omgeving. Wij moedigen hen aan deze situatie te aanvaarden en dit als concrete vorm van 'het mindere zijn' te beleven. Toch kunnen zij nieuwe vormen van pastoraat zoeken die in hun situatie past.

Personeel
In de fraterniteit moet er een broederlijke en familiale verstandhouding zijn met het personeel. Wij zijn geen eenvoudige patroons of werkgevers.
'Het mindere zijn' en 'het onderweg zijn' veronderstellen dat in het missiewerk de leken als authentieke medewerkers beschouwd worden.

Slot
Als model van de franciscaanse broederschap nemen we de Drieëenheid, waarin geen enkel persoon meerdere is van de andere. In God is alleen relatie, zonder privileges of ondergeschiktheid. Naar zo een onderlinge verhouding moeten we streven. Door onze schepping en ons doopsel worden we lid van het gezin van God, wij worden kinderen van God.
Zo zijn de schepselen bij Franciscus als in één gezin, broers en zusters: broeder zon, zuster maan. Hij noemt zichzelf nooit 'Franciscus' maar 'broeder Franciscus'.

Onder Gods inspiratie schept Franciscus een evangelische levensvorm die hij 'broederschap' noemt. Zijn model was het leven van Christus met zijn leerlingen. Hij wilde dat zijn broederschap werd genoemd: Orde van de mindere broeders (1Cel 38). Dit 'broer zijn' en 'mindere zijn' is de basis van leven en werken en de eerste vorm van evangelische zending.

Opgetekend door Jan Wouters, deelnemer, Vlaams kapucijn

of naar onze homepage