Maandbericht

Maandbericht provinciaal september 2016

Beste broeders en zusters,
Ik denk dat velen hebben genoten van de lange, warme zomer. Voor mij stond september in het teken van mijn verhuizing naar Zevenaar en van mijn vakantie in Oostenrijk.
Nu staan we voor het Franciscusfeest. Elke keer weer denk ik: wat zal ik tegen de broederschap zeggen over Franciscus? De meesten zijn langer in de orde dan ik en waarschijnlijk ook betere kenners van Franciscus. We zijn een groep oude mensen die proberen hier en daar nog wat te betekenen. En dat doen we goed. Veel van onze broeders zijn op allerlei terreinen actief en anders betekenen ze persoonlijk veel voor de mensen die ze ontmoeten.
Maar als provincie zijn we een beetje uitgerangeerd. We hebben Breda en Velp verlaten, al fungeert een broeder in Velp als een soort anti-kraakwacht. Den Bosch verlaten we ook op termijn. Pastorieën met bewoners die actief zijn in het basispastoraat behoren ook tot het verleden. Natuurlijk kunnen we terugkijken op een rijk verleden. We hebben onze sporen in dit land echt wel verdiend. Maar wat hebben we daar nu aan?

We zijn niet de enige religieuze groep in deze situatie. In ons land heeft bijna elke religieuze gemeenschap het moeilijk. Overal in West-Europa zien we dit verschijnsel optreden. Neem als voorbeeld Oostenrijk.
In Vorarlberg, Oostenrijk, waar ik meestal mijn vakantie doorbreng, signaleer ik dezelfde tendens als bij ons.
Ons voormalige klooster in Bregenz biedt nu onderdak aan een groepje clarissen.
Het oude klooster in Bludenz geeft plaats aan een groepje Poolse franciscanen.
In Feldkirck staat een groot klooster, maar er wonen nog maar drie kapucijnen.
En in Schruns woont een enkele medebroeder in het kleine kapucijnenklooster. Juist over dit laatste klooster wil ik iets meer vertellen.

Het klooster ligt tegen de berghelling boven het dorp Schruns. Om er te komen moet je een behoorlijk steile weg beklimmen. Het kerkje en de kloostertuin zijn bijna altijd open. Bij de kerk hangt een bord waarop staat dat iedereen in de kerk van harte welkom is. Mensen die elders vaak met een scheef oog worden aangekeken en hoogstens gedoogd worden, zijn hier van harte welkom. Het klooster is een gastvrij oord voor iedereen. Op zaterdagavond is er een viering, meestal een Woorddienst, soms met communieuitreiking. Er is een vaste kern van bezoekers. De leeftijd ligt lager dan in de gemiddelde dorpskerk. Er is een flink aantal lekenvoorgangers. De leidende figuur is de kapucijn Engelbert. In zijn eentje runt hij nu al dertig jaar dit klooster. Hij ontvangt veel gasten die meewerken in het huis en in de tuin.

Zo kan een enkele persoon veel betekenen, als die maar een lange adem heeft. Toen ik daar was in september werd er gevierd dat het klooster dertig jaar een open huis voor iedereen is. Er was een feestelijke Eucharistieviering met twee voorgangers: de Oostenrijkse provinciaal Lech Siebert en de nieuwe bisschop van Feldkirch. De bisschop prees in zijn preek het initiatief in dit klooster. Hij zei dat de kerk bruggen moet bouwen tussen God en de mensen en geen barrières op mag werpen. Het was een verademing naar deze bisschop te luisteren. Ik vond het een teken van hoop dat dergelijke vrijplaatsen in de toekomst misschien niet meer nodig zijn.

Met dit voorbeeld wil ik aangeven dat het persoonlijke initiatief van een enkele kapucijn tot geweldige resultaten kan leiden. Het zit hem niet in de grote aantallen. Die tijd is bij ons waarschijnlijk voorgoed voorbij.
Maar op kleine schaal kunnen er ook bij ons heel mooie dingen gebeuren en die gebeuren ook al.
Laten we oog houden voor het vele goede dat er is.

Ik wens jullie allemaal een gezegend Franciscusfeest.
br. Gerard Remmers, provinciale minister