Een provinciale overste heeft drie hoofdtaken. Allereerst moet hij zijn broeders geestelijk bezielen en hun spiritualiteit steeds levend houden.
Verder moet hij de broederschap tot bloei brengen en het proces van steeds doorgaande vorming voor alle broeders stimuleren.
Hij moet de missionaire activiteit van de gemeenschap bevorderen.
In het jargon klinkt het zo: spirituele en apostolische dimensie, evangelische broederschap en de dimensie van armoede.
Er is veel veranderd in onze tijd ten opzichte van de vroegere jaren.
Belangrijk blijft de gemeenschapsvorming. De provinciale overste moet in staat zijn om met zijn eigen profetisch charisma dat van de andere broeders aan te steken.
Vroeger lag de nadruk sterk op een persoonlijk streng leven. Het accent in onze jaren ligt op de strengheid in economisch-solidaire zin.
Dat stelt dus andere eisen aan de provinciale overste en aan de gemeenschap.
De missionaire activiteiten moeten gericht zijn op de opbouw van gemeenschap en niet op de opbouw van een kerkelijke organisatie. dat is voor veel voormalige koloniale gebieden eengrote omslag.
De keusen voor de armen die wij maken, in een sfeer van gebed en contemplatie, maakt van ons profeten die solidair zijn in een moderne samenleving. Hierbij werd ons Velp genoemd als zeer waardevol voorbeeld.
Er is verschil tussen macht - gezag - levend houden en inspiratie.
Er zijn vier valkuilen voor elke provinciale overste:
Zich te zeer concentrreren op zijn werk
Tot een afgetekende belangengroep behoren.
Zich door de zorgen laten opslokken
Autoritair zijn.
De meest voorkomende fouten van de broeders zijn:
Zij gaan te zeer hun eigen weg
De charismatische broeders zonderen zich door (wederzijds) onbegrip af van de gemeenschappen.
De labiele of depressieve broeders.
Onze leefvorm is een beleving van een apart type samenleving. Sexualiteit is daarin belangrijk.
Overal in de wereld zien we afwijkingen en ontsporingen.
Er bestaat nu een disciplinaire benadering van de beleving van de sexualiteit, als aanvulling op de pastorale en psychologische benadering uit andere jaren.
Er was weinig kans om met het bestuur in gesprek te gaan. Afwijkende meningen kregen geen kans.
Het eigen gebied van de provinciale overste moet zich steeds vernieuwen. Het eigen instrument daarvoor is het huiskapittel. Daarin moet ook ruimte worden gemaakt voor gebed.
De provinciale overste moet iedere broeder minstens twee maal per drie jaar bezoeken.
Na anderhalf jaar moet hij een tussentijds verslag sturen naar het generale bestuur overheid in Rome.
De verhoudingen tussen de landen en het generale bestuur zijn onderworpen aan juridische bepalingen.
De provinciale oversten kregen een overzicht van en inzicht in de bepalingen.
Het Instituut voor Franciscaanse Spiritualiteit maakte terecht reclame voor zichzelf.
Verder waren en presentaties en rondleidingen in het Historische Instituut, Museum en het Internationaal College.
Er werd aandacht gevraagd voor de ontwikkelingen van de Derde Orde.
Bijzonder werd geattendeerd op de armoede waarin veel Clarissen leven.
Verschillende inleiders gaven informatie over de stand van zaken inzake heiligverklaringen, Commissie Gerechtigheid en Vrede, Missionaire Activiteiten, de moderne Communicatiemiddelen van het generaal bestuur.
Een spannende ochtend werd er gesproken over de enorme expansie en groei van arme kapucijnengebieden: Sri Lanka, Algerije, Seychellen, Oekraïne, Bolovia, Haïti, Ghana, Oost-Timor en IJsland en Noord-Oost India.
De jonge kapucijnengemeenschapen worden sterk overvraagd door deze snelle expansie. Er wordt een bijdrage gevraagd van rijke landen. Om de aanwezige gelden eerlijker te verdelen, moeten alle aanvragen lopen via het generaal bestuur. Dit besteedt het meeste geld aan de vorming van nieuwe kapucijnen. Daardoor blijft er geen geld over voor projecten.
Er zijn enkele fondsen waarover het generale bestuur beschikt: fonds voor onderhoud van het generaal bestuur, fonds voor de missionering en fonds voor de studie van kapucijnen, vooral in Rome. Met het oog op de toekomst moeten er fondsen bijkomen:
Fonds voor de Clarissen, die overal in diepe armoede leven, fonds voor handhaving van Museum, Historisch Instutuur en Centrale Bibliotheek, fonds voor permanente vorming en de huizen waarin dit gebeurt, en ten slotte een fonds voor de kapucijnengebouwen in Jeruzalem en Rome.
In september 2006 wordt er een Generaal Kapittel gehouden. Dan zal een uitgewerkt financieel plan worden gepresenteerd.
Deze term is het jargon voor de uitwisseling van kapucijnen tusen verschillende landen. In veel Afrikaanse landen, in India en in Polen zijn er te veel kapucijnen. Met weet zich geen raad. Kunnen die niet ergens gaan helpen waar er weinig broeders zijn?
In Nederland en Vlaanderen is in de besturen al veel discussie gevoerd over dit onderwerp. De problemen en de culturele verschillen zijn te groot om daar aan te beginnen in Nederland. In andere landen gebeurt het wel, soms met succes. De mislukkingen mochten niet gehoord worden tijdens de vergadering.
Dit standpunt werd door de Generale Overste centralistisch en autoritair naar voren gebracht. Voor discussie was weinig ruimte. Deze vond daarom plaats in de wandelgangen. In Nederand zal in deze zomer een discussieronde worden georganiseerd. In Met Kap en Koord zullen wij daarvan verslag doen.
Over het algemeen was er waardering voor de heldere uiteenzettingen, de gastvrijheid en organisatie in Frascati, het werk van het bestuur en de modernisering in hun dienstverlening. Kritiek was er op de vele monologen van het bestuur en het gebrek aan mogelijkheid om te discussiëren.
Aan de zittende bestuurders werd gevraagd hun visie op de toekomst te geven. Daarin vielen enkele dingen op. De kapucijnen van Oost-Europa werd gevraagd zich open te stellen voor het geheel van de orde. Het oude Europa werd gevraagd om het kapucijnenleven opnieuw tot leven te brengen. De antwoorden op de secularisatie zijn nog niet gevonden: een oproep om daaraan te werken. Er werd gewezen op het wantrouwen van Amerikaanse en Canadese broeders ten aanzien van 'Rome'.
Er is veel te doen voor en tijdens het generaal kapittel in september. Daarheen zullen namens Nederland gaan Kees van de Muijsenberg als provinciaal en Antoon Mars als gekozen afgevaardigde.