Lambertus Isidorus Woestenberg

Lambertus Johannes Boudewijn Woestenberg, Minderbroeder Kapucijn
Geboren: 22 juni 1921 te Alphen en Riel (N.Br.)
Kapucijn: vanaf 30 augustus 1941
Gestorven: 18 juni 2004 in Tilburg
Lambert Woestenberg werd vernoemd naar zijn oom, de kapucijn pater Lambertus die missionaris in Noord Sumatra was. Die werd zijn voorbeeld: hij wilde kapucijn en later missionaris worden zoals zijn oom.
Toen hij dertien jaar was ging hij naar het seminarie van de Kapucijnen in Langeweg. Daar studeerde hij van 1934-1941.
Op 30 augustus 1941 trad hij het klooster in bij de Kapucijnen in Udenhout. Hij kreeg de kloosternaam Isidorus. Op 4 augustus 1948 werd hij priester gewijd.
Op 17 augustus 1950 vertrok hij met een grote groep missionarissen per boot vanuit Genua naar Indonesië. Vanwege het Heilig Jaar mochten ze eerst een bezoek brengen aan Rome. Zijn Romegetrouwheid is hij sindsdien nooit meer verloren. Na een lange bootreis arriveerde hij in Noord Sumatra dat zijn tweede vaderland werd. Hij leerde snel de taal en begon in Balige zijn pastorale werk op het eiland Samosir. Isidorus, meestal Dorus genoemd, heeft zijn hele leven gewerkt onder de Toba-Bataks. Hij sprak hun taal uitstekend. Hij was werkzaam in de parochies van Pangururan, Sibuntuan Bagasan, Balige en Tarutung, waar hij echte pioniersarbeid verrichtte als missionaris-oude stijl.
Vanaf 1967 verschoof zijn werkterrein naar Sumatra's oostkust. In Perdagangan stichtte hij de nieuwe parochie Perdagangan. Later verhuisde hij naar en Tebing Tinggi en vanaf 1983 naar Siantar. Hij was onvermoeibaar in het bezoeken van zijn mensen, te voet of op zijn motor. Hij bleef vaak overnachten in de kampongs. Hij heeft vele jaren alleen gewoond als
pastor kepala, hoofdpastoor.
Toen hij 73 was, werd in Medan assistent-pastor in de Chinezen-parochie. De laatste jaren verbleef hij in het verzorgingshuis Helvetia, van waaruit hij onvermoeibaar zieken bleef bezoeken en de liturgie verzorgde voor de zusters in het ziekenhuis en het blindeninstituut Karya Murni.
Van de Bataks kreeg hij de erenaam:
Ompung, grootvadertje, als waardering voor zijn geweldige inzet.
Vanaf 1966 gaf hij lessen 'Gregoriaanse kerkmuziek' op het klein- en grootseminarie. Dat was zijn hobby en zijn hartstocht.
Hij had maar een wens: begraven te worden onder de palmen. Maar. hij kwam op 15 juni 2004 voor vakantie in Nederland en op 18 juni is hij plotseling gestorven.
Op 24 juni hebben we hem te ruste gelegd op ons kloosterkerkhof te Tilburg-Korvel.