Franciscus heeft veel geschriften nagelaten. Er zijn regels, testamenten, psalmen,
gebeden, vermaningen en brieven. Hij was een van de eersten die in de nieuwe eigen taal
schreef, de voorloper van het huidige Italiaans.
Twee briefjes zijn eigenhandig geschreven: een paar woorden aan Broeder Leo en de zegen
voor broeder Leo. Ze staan met onhandige letters geschreven op een stuk perkament. Meestal
had Franciscus een secretaris. Drie van zijn geschriften zijn geschreven in het dialect
van Umbrië: het Zonnelied, de Aanmaning aan zuster Clara en haar arme zusters en het
gebed voor het kruis van San Damiano.
Verder zijn er de Vermaningen, de Regels van 1221 en van 1223, de Regel voor de
Kluizenarijen, het Testament voor Clara, het Testament dat geschreven is in Siëna. Hij
schreef ook brieven aan de geestelijken, aan de custoden, aan de hele orde, aan alle
gelovigen, aan de bestuurders van het volk, aan Antonius, aan vrouwe Jacoba en gebeden:
onder andere het Lijdensofficie en een gebed gebaseerd op het Onze Vader, de begroeting
van de deugden, een gebed aan Maria en de opwekking om God steeds te prijzen.
Er bestaan twee Regels. Die van 1221 is nooit aan de Paus ter goedkeuring voorgelegd.
Het is een lange en strenge tekst. Het geeft een goed beeld van de leefwijze van de eerste
broeders, voordat ze zich vestigden in kloosters. Ze leefden eerder immers in de huizen
van anderen. Sommigen wijdden zich aan gebed, anderen aan preken en anderen aan arbeid.
Wie werk had, mocht niet een baan hebben als opzichter of controleur, ze mochten niet
ruziën over het loon, maar moesten wel voldoende thuis brengen om de ouderen en zieken te
onderhouden.
In de slothoofdstukken krijgen we een beeld van de prediking van de eerste broeders. Het
afscheid dat Franciscus neemt is een soort kopie van Jezus' afscheidswoorden in het
evangelie van Johannes.
De Regel van 1223 werd wel door de paus goedgekeurd. Deze is veel korter dan die van 1221.
Het gaat onder meer over nieuwe kerkelijke regels zoals een noviciaat. Het is eigenlijk
niet meer een verzameling van praktische leefregels. De broeders moesten immers slechts
één regel onderhouden en dat was het evangelie van Jezus. Het geeft ons een idee van de
worsteling hoe het evangelie aangepast kon worden aan de eigen tijd. Er wordt gesproken
over geven en ontvangen, over kleding, over de manier waarop de broeders moesten uitgaan,
hoe ze zich moesten inspannen om zich altijd te verbroederen en te vergeven; het gaat over
het terugkomen naar de schuldkapittels en over de uitzending naar verre missiegebieden. De
Regel benadrukt sterkt dat de leiders minister, dat is dienaar, zijn en nooit de
broeders mochten overheersen.
Franciscus schreef ook een Regel voor de Kluizenarijen. Hij vroeg daarin de broeders die
ernaartoe gingen, om de gebedstijden te onderhouden en zich verantwoordelijk te voelen
voor de gang van zaken.
Als Franciscus een testament schreef, was dat niet om spullen na te laten, maar zijn
geest. Franciscus schreef verschillende Testamenten op de momenten dat hij de dood voelde
naderen. Hoofdstuk 22 van de Regel van 1221 werd geschreven in 1219 toen Franciscus zich
opmaakte om als martelaar in het Heilig Land te sterven. Het testament dat hij in Siëna
schreef, zes maanden voor zijn dood, kwam tot stand toen hij zich lichamelijk zo zwak
voelde dat hij de dood in de ogen zag. Zijn broeders vroegen hem om zijn zegen en zijn
laatste woorden.
Zijn uiteindelijke Testament is altijd samen gelezen met de Regel van 1223 als een
opwekking om de eigen spiritualiteit te beleven en te onderhouden. Ten slotte vertelt
Clara ons, in het achtste hoofdstuk van haar Regel, dat Franciscus een simpele leefregel
opstelde voor de Arme Vrouwen; zijn testament voor de Vrouwen.
Franciscus
bezat een diepe liefde voor het Officie, het gebed van de kerk dat de broeders dagelijks baden.
Hij maakte gebeden voor elk voorgeschreven uur. Hij maakte ook een
apart Lijdensofficie, en componeerde daar delen van psalmen tot nieuwe combinaties,
verrijkt met zijn eigen ervaringen.
De kapucijn Herman de Vos schreef een boek over de psalmen van Franciscus en geeft ook meditaties en
inleidingen erover.
Sinds begin 2005 bestaat er een dubbel-cd met de psalmen van Franciscus op muziek. Voor meer informatie
klik op dubbel-cd, of lees verder bij de Engelse uitleg.
Lees verder bij vieringen bij de psalmen van Franciscus, eveneens van de hand van Herman de Vos
samen met claris Beatrijs Corveleyn.
Zie ook de Engelstalige website Psalms of Saint Francis
De gebeden van Franciscus laten ons kennis maken met zijn spiritualiteit. Steeds terug
keren de lof aan God, het lijden van Jezus en de aanbidding van de Drievuldigheid.
Van zijn gebed voor de Gekruisigde in San Damiano wordt gezegd dat Franciscus het gebeden
heeft na zijn opdracht: Ga en herstel mijn kerk. Hij richt het tot de Almachtige en Algoede
God.
Zoals zovelen, heeft Franciscus ook een gebed geschreven dat is afgeleid van het Onze
Vader.
Voor het Zonnelied klik hier
Franciscus schreef ook twee mooie gebeden tot Maria. Het ene staat in het Lijdensofficie,
het ander heet de Lofzang op de zalige maagd Maria. Voor Franciscus is Maria de Maagd die
kerk is geworden. Hij beschouwt haar als wat ieder zou moeten zijn: bereid om 'ja' te
zeggen zodra God ons iets vraagt.
Ontroerend is het
gebed van Franciscus dat hij op een stukje perkament schreef aan boeder Leo. Franciscus had
zijn wondtekenen had ontvangen en hij was vol van God. Leo was toen evenwel erg depressief.
De ene kant van het perkament bevat de lofprijzing aan God, terwijl aan de andere kant
een zegen staat, bedoeld om Leo's depressie te verlichten:
De Eeuwige zegene en behoede je;
De Eeuwige doe zijn aangezicht over je lichten
en zij je genadig.
De Eeuwige kere zijn gezicht naar je toe
en geve je vrede.
Moge de Eeuwige je zegene, Broeder Leo.
De Lofprijzingen
De Lofprijzingen van Franciscus zijn een meditatie op de levende God en beschrijven hoe
Franciscus naar God keek, welk beeld hij zich van God maakte.
De teksten zijn te raadplegen in het Latijn via de website van het Franciscaans Studiecentrum te Utrecht/Tilburg. Zie ook de site van de Franciscaanse Beweging in Nederland.